Leesimpressies

  • Wanda Reisel: Plattegrond van een jeugd

  • Nr. 11 - 2010
  • Wandelend door de Van Eeghenstraat, komend vanaf de Van Baerlestraat, nemen de panden in monumentaliteit toe. De houten en smeedijzeren balkonnetjes veranderen geleidelijk in stenen balkons. De panden met de even nummers, aan de kant van het Vondelpark, zijn het fraaist. Aan de oneven kant lopen de nummers sneller omhoog. Eenvoud gaat vlugger. In het nieuwe boek van Wanda Reisel leren we de plattegrond van nummer 100 nader kennen. Het is het huis waar zij opgroeide. Nu houdt er een advocatenbureau kantoor. De Van Eeghenstraat, in de periferie van Oud Zuid, is een oase van rust in de drukste stad van Nederland. Het gezin Reisel betrekt het pand in 1960. Wanda is dan vijf jaar. Ze werd geboren op Curaçao. Rechts van de portiek is een witmarmeren bord bevestigd: Dr. J.H. Reisel, internist spreekuur volgens afspraak. Het boek van Reisel paste uitstekend bij het thema van de Boekenweek van dit jaar: opgroeien in de letteren.

    De lezer zal het huis van binnen leren kennen, de vijf verdiepingen, zestien kamers en zesentwintig vaste kasten. Overigens net als het kolenhok, het prieel en de straat. De verdiepingen zorgen voor de hoofdstukindeling. Het portretteren van personen met als uitgangspunt hun woning is vaker gebeurd. Een beroemd voorbeeld is Georges Perec met Het leven een gebruiksaanwijzing. Reisel heeft desondanks een originele vorm gevonden. Het is een autobiografie geworden bestaande uit twee componenten. Er zijn de feitelijke jeugdherinneringen gevoed door de elementen van de woning met daarnaast verhalen ontstaan uit haar fantasie. Tussen die twee componenten bestaat een subtiele relatie. De verhalen worden bevolkt door personages die soms lijken op Wanda Reisel en soms in het geheel niet. Een mannelijke hoofdpersoon is toegestaan. Toch is er steeds sprake van een aanleiding, hoe klein ook, in de autobiografie van de schrijfster. Fantasie en werkelijkheid horen bij elkaar als bel-etage en souterrain. In de vormgeving is die tweeledigheid doorgevoerd. De feiten zijn op grijs papier gedrukt, de fantasie op wit papier.


    Het lezen van het oeuvre van Modiano is voor mij een doorslaggevende reden geweest om romanschrijver te worden


    Het leven in een schitterend huis is geen garantie op een onbekommerde jeugd. De jonge Wanda voelt de doem van haar joodse familieleden die in de oorlog zijn vermoord. Zij voelt zich bedreigd en stelt zich te weer. In het verhaal ‘In het wilde westen’ vertelt de jonge hoofdpersoon pistolen en messen te verzamelen. Op een grijze pagina valt de volgende bekentenis te lezen. ‘Ik ben een jongensmeisje dat niet met poppen maar met auto’s speelt, in bomen klimt, fikkies stookt, eruitziet als een straatschoffie, inbreekt in de tuinen van de buren, stiekem in het Vondelpark rondsluipt en er Alaska’s rookt in de dikke boom.’

    Veel herinneringen cirkelen om de vaderfiguur. Hij voorspelt dat Wanda schrijver of journalist zal worden. Naar aanleiding van zijn plotselinge dood merkt zij op tien jaar later te debuteren met Jacobi’s tocht. De verhouding met haar moeder zal resulteren in Witte liefde. De opgroeiende Wanda ontwikkelt een passie voor boeken en film. De roman biedt ook een handreiking naar haar eigen boeken. Van ravottend kind tot schrijfster.

    Niet alle verhalen konden me evenzeer boeien maar er zitten zeker enkele juweeltjes tussen zoals “’ Loodgieters van de ziel’ en ‘Aan mijn kant’. Het laatste gaat over iemand die lijdt aan een bijzondere vorm van synesthesie. De hoofdpersoon ziet begrippen in plaats van objecten, het geschrevene in plaats van hetgeen beschreven wordt. Boven de zee vliegen geen vogels maar het woord MEEUW. In de spreekkamer van de dokter staat over de hele lengte van de kamer het woord LAMBRISERING te lezen. De absurditeit van dit verschijnsel blijft tot het einde consequent in stand. In menig verhaal is er een markante rol voor een vaderfiguur die bij voorkeur het rechte pad uitbeeldt.

    Wanneer de autobiografie voor het eerst wordt onderbroken voor een fantasieverhaal brengt dat verwarring te weeg. Het lijkt vooral een vreemde eend in de bijt van het Vondelpark. In de loop van het boek wordt de samenhang duidelijker. Uiteindelijk mag deze constructie tot de kracht van het boek gerekend worden. Feit en fictie versterken elkaar. Geleidelijk ontvouwt zich de magie van het boek.

    In de zojuist uitgebrachte essaybundel Ik heb mij bedacht van Zadie Smith is een toepasselijke passage te vinden in een betoog over de door haar bewonderde Vladimir Nabokov. “De romans die we het beste kennen hebben een architectuur. Niet alleen een deurtje waardoor je binnenkomt en een waardoor je weer naar buiten gaat, maar ook kamers, gangen, trappen, voor- en achtertuintjes, luiken, verborgen doorgangen, enzovoort. Wie in zijn leven ook maar een half dozijn romans op deze manier kent, is een gelukkige lezer.” Zo’n boek heeft Wanda Reisel letterlijk geschreven. Een boeiende leeservaring al heeft Plattegrond van een jeugd voor mij vermoedelijk niet de impact die Pnin voor Zadie Smith heeft.