Leesimpressies

  • André Gide: Niet als de anderen

  • Nr. 31 - 2024
  • Tijdens de Olympische Spelen van dit jaar was Parijs, wat Parijzenaren altijd al vonden, twee weken het centrum van de wereld. De televisieregistratie gaf ruim aandacht aan de schitterende architectuur van de stad. Ook voor de Franse cultuurdragers was er een duwtje in de rug. Voor even was de politieke malaise naar de achtergrond verbannen. Binnen de EU roert Frankrijk graag de trom zelfs tijdens een haperende economie. President Bush wist wel hoe dat kwam. Hij merkte eens op dat het Frans geen woord kent voor entrepreneur. Tot de literaire boegbeelden van het land hoort zeker André Gide die leefde van 1869 tot 1951. Op zijn naam staat een uitgebreid oeuvre. Tegenwoordig geldt hij als een vroege voorvechter van homoseksualiteit. Wie zijn dagboek leest, zal ontdekken dat hij wel even nodig had om over dit onderwerp openhartig te zijn. Zijn puriteinse opvoeding aan de hand van zijn moeder zal daar naast de tijdgeest debet aan zijn geweest. De door hem bewonderde vader, hoogleraar recht te Parijs, had hij op jeugdige leeftijd verloren. Zijn autobiografie, zelf spreekt hij liever van memoires, is onder verschillende titels in het Nederlands verschenen. De hier besproken versie is de laatste. “Niet als de anderen” verscheen in 2006. Gide publiceerde het origineel in 1924 toevallig het jaar dat er in Parijs ook al Olympische Spelen waren.

    Gide groeide op in een beschermd milieu. De gouvernante van zijn moeder en kindermeisje Marie behoorden tot het gezin. Zijn jeugd bracht hij door in Parijs in de nabijheid van de Jardin du Luxembourg al verbleef hij vaak in de provincie bij familie van de wederzijdse ouders. Daar kon hij zijn liefde voor de natuur uitleven. Hij legt een herbarium aan, vist graag en peurt in rottende kadavers op zoek naar aaskevers, mestkevers en kortschildkevers. In zijn jeugd is er veel eenzaamheid. Later zal hij een boekje open doen over zijn vele vriendschappen maar in zijn jeugd is er nauwelijks plek voor leeftijdsgenootjes. De familie is alom aanwezig Zijn oudere neef Albert fungeert als leidsman. Samen spelen ze piano.

    Wat ik in een vriend gewoonlijk het minst waardeer is toegeeflijkheid, en Albert was niet toegeeflijk. Zo nodig kon je bij hem wapens vinden tegen jezelf. En zonder dat ik me daar echt van bewust was, was dat wat ik zocht


    Wat opvalt bij Gide is zijn kritische blik op zichzelf. Hij wil zich niet mooier voor doen dan hij is noch onaangename trekjes verhullen. Er is zelfs aandacht voor commentaar dat zijn openhartigheid in twijfel trekt. Tot mijn favoriete delen uit de serie Privé-domein behoort Kijken door een sleutelgat van Roger Martin du Gard. De beide schrijvers waren hecht bevriend. Na lezing van enkele passages van wat Niet als de anderen (in het origineel Si le grain ne meurt) zou worden, verwijt Martin du Gard dat Gide niet openhartig genoeg is. De vrienden konden elkaars kritiek verdragen.
    Bij Gide staat zelfreflectie op de voorgrond. Hij past dat op twee manieren toe. Allereerst legt hij een verband tussen zijn herinneringen en de rol die deze vervuld hebben bij zijn vorming. Menig voorval heeft bijgedragen aan wie hij is geworden of heeft hem geleerd wat hem wel of niet aanspreekt. Je hebt anderen nodig om tot zelfinzicht te komen. Dat begint al vroeg als hij zich realiseert protestant (hugenoot), republikein en Fransman te zijn. Standsverschillen zijn niet te verwaarlozen. Zijn moeder zorgt ervoor dat hij niet over meer zakgeld beschikt dan vriendjes uit armere milieus. Als moeder na het overlijden van haar echtgenoot op zoek gaat naar andere woonruimte krijgt zij het dringend advies te kiezen voor een huis met een koetspoort, hoewel ze over paard noch koets de beschikking heeft. Zonder koetspoort zullen sommige kennissen geen visite meer komen afleggen. De andere vorm van reflectie heeft te maken met de opvattingen van Gide over wat memoires behoren te zijn. Hij huldigt de opvatting dat alles wat waar is, leerzaam kan zijn. Hij is bang om wijdlopig te zijn en bemerkt dat zijn geheugen beter steunt op gebeurtenissen dan op data. Plaats is een betrouwbaarder graadmeter dan tijd. Relativerend is zijn overtuiging dat memoires altijd maar half eerlijk zijn, hoe graag men ook de waarheid wil vertellen. Alles is altijd ingewikkelder dan men zegt. Misschien benadert men de waarheid zelfs het dichtst in een roman. De dialoog met zichzelf is voor de auteur een trouwe compagnon.
    Zijn leven lang heeft Gide geworsteld met een zwakke gezondheid, migraine, zenuwtoevallen en wat al niet. Dat zal bijgedragen hebben aan zijn eenzelvigheid. Tegen het eind van het boek komt Gide losser te staan van zijn moeders invloed. Hij reist door onder meer noordelijk Afrika en vertelt over de vele ontmoetingen daar onder meer met Oscar Wilde. De meeste contacten die hij vermeldt zijn personen die nu niet meer gekend zijn. Wat overeind blijft is de kernachtige manier waarop hij hen portretteert. “Zijn gezicht leek een en al wang, zijn bovenlichaam een en al buik, en zijn benen een en al dij”. De memoires eindigen rond het 25e jaar van de auteur. Hij zit aan het sterfbed van zijn moeder, wat zowel een verdrietige als bevrijdende ervaring is, en besluit de verloving met zijn nichtje Emmanuèle, op wie hij al jaren verliefd is, door te zetten. De homoseksualiteit kan het nog niet zonder camouflage stellen.
    middelr@xs4all.nl

    Terug