Leesimpressies

Balys Sruoga: Het woud van de goden
- Nr. 22 - 2025
- In de Baltische staten heeft de Tweede Wereldoorlog op heftige wijze huisgehouden. Litouwen kent anders dan Estland en Letland een geschiedenis als een groot rijk. Met Polen vormde het van 1573 tot 1795 een gemenebest. De samenwerking met Polen was niet altijd even hecht. Tussen 1920 en 1939 kwam Vilnius in Poolse handen en fungeerde Kaunas als hoofdstad van Litouwen. In 1939 werd Vilnius weer Litouws. De eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog stond Litouwen onder het gezag van de Sovjets. Het laatste deel van de oorlog viel het land onder de heerschappij van Nazi-Duitsland. Dat was dus het geval op het moment dat het boek van Balys Sruoga begint. Sruoga was onder meer dichter en toneelschrijver. Hij werd in 1896 geboren en studeerde in Moskou en München. Bij het uitbreken van de oorlog doceerde hij aan een universiteit in zijn vaderland. Begin 1943 kondigt de Duitse bezettingsmacht de mobilisatie aan van de Litouwse jeugd. Wie daaraan geen gehoor geeft, loopt het risico op sancties. Bewoners van Litouwen worden als vergelding opgepakt en afgevoerd naar een kamp. Op die manier belandt Sruoga via enkele tussenstops in Stutthof, een gevangenis nabij Gdansk in een gebied dat bekend staat als het woud van de goden. Daar zal hij verblijven tot de evacuatie van begin 1945. Aanleiding voor de ontruiming is het oprukkende Rode Leger.
Stutthof staat onder het beheer van de SS. Het kamp begon als gevangenis, werd vervolgens een concentratiekamp en nog later een vernietigingskamp. Al snel krijgt Sruoga te horen dat de normale manier om het kamp te verlaten is via de schoorsteen van het crematorium. In totaal hebben meer dan 100.000 gevangenen hier opgesloten gezeten van wie tussen de 60.000 en 85.000 zijn omgekomen. Sruoga behoorde tot de overlevenden hoewel ook hij zwaar op de proef is gesteld. Als boekenwurm kwam hij in aanmerking voor een administratieve functie en dan was je beter af dan als lid van een arbeidscommando. De gevangenen leden honger, gingen gebukt onder de kou en moesten mishandelingen ondergaan onder meer bestaande uit stokslagen. Het bewakend personeel leefde zich ongelimiteerd uit in wreedheden. Het kamp kende een perfide systeem waarbij gevangenen gebruikt werden om medegevangenen te onderdrukken. Dat gebeurde door kapo’s en onderkapo’s. Via deze vorm van collaboratie vergrootte de SS de eigen slagkracht. Dagelijks vielen er doden te betreuren.
Wie in een onmenselijke omgeving belandt, vaart op zijn overlevingsinstinct, waardoor hij zelf niet meer beseft hoe hij wordt meegezogen in de beestachtige verschrikkingen, hoe hij zelf een organisch onderdeel van de gruwel wordt. Alle schrikbarende manieren om Magere Hein te bestrijden beschouwt hij als een verdedigingsmiddel
Met veel precisie beschrijft Sruoga de dagelijkse gang van zaken. Hij doet dat op een laconieke manier en soms zelfs humoristisch. Met het nodige venijn typeert hij de mensen die boven hem geplaatst zijn. Feldwebel Knot wordt beschreven als kampioen ploertenstreken van Pruisen en Pommeren: wat een schreeuwlelijk, wat een hufter, wat een slager! Of neem Feldwebel Platz, bijgenaamd de Kale Pinguïn, die niet alleen tot hoofd van de posterijen was gebombardeerd maar ook als hoogste kampcensor was belast met toezicht op de uitgaande correspondentie. “Afgaand op zijn verleden was hij de beste keuze voor dit werk: voor de oorlog had hij in Gdansk met een ijzeren staaf paardenmest uit de tramrails gepeuterd.” Commandant Pauly was een kruising van een jakhals en een hyena. Hij overtrof in sadisme en beulswerk alle SS’ers in het kamp. Over commandant Hauptsturmführer Meyer is de auteur ietsje milder maar niet veel. “Hij behoorde tot de slimste SS’ers in het kamp. Een verstandig man, als hij geen geboren schurk was geweest.”
Sruoga geeft niet alleen een typering van de bewakers maar ook van de gevangenen. Er waren diverse nationaliteiten aanwezig. De Letten stond het laagst in de hiërarchie. Er bestonden herkenningstekens om de verschillende soorten gevangenen te onderscheiden. Ruim vertegenwoordigd waren de politieke gevangenen. Zij droegen een rode driehoek. Gewone misdadigers waren herkenbaar aan een groene driehoek. De eigenzinnige Jehova’s getuigen droegen een violetkleurige driehoek, homoseksuelen een roze driehoek. Joden droegen uiteraard een ster. Een speciale categorie van gevangenen vormden de vrouwen. Zij waren afgescheiden door prikkeldraadversperring. Het was verboden voor mannen en vrouwen om onderling contact te hebben. Hormonale inventiviteit zorgde ervoor dat een dergelijk verbod niet te handhaven was.
Het is een hele opgave om 350 bladzijden lang deze opeenstapeling van barbaarsheden te volgen. Het is natuurlijk een goede zaak dat Sruoga als ooggetuige zijn verslag met de wereld heeft gedeeld. Onder heerschappij van de Sovjets kon dat aanvankelijk slechts in een aangepaste versie. Overal waar gemeenschappen afgezonderd van de buitenwereld opereren is het gevaar aanwezig op de aanwezigheid van ernstige misstanden. Dat geldt voor kostscholen, kloosters, gevangenissen en kampen. Openheid kan als waarschuwing fungeren. Het blijft een pijnlijke geschiedenis hoe de Duitse cultuur van barok naar barak kon transformeren. Wie belangstelling heeft, kan de restanten van kamp Stutthof bezoeken. Sruoga, in zijn kampperiode dertig kilo vermagerd, zou nooit meer helemaal herstellen. Hij overleed in 1947 op 51-jarige leeftijd.
middelr@xs4all.nl
