Leesimpressies

  • Bas Heijne: Leugen en waarheid

  • Nr. 25 - 2021
  • Bas Heijne publiceert met grote regelmaat boeken. Meestal betreft het beschouwingen van eigen hand maar soms treedt hij als intermediair op bij het gedachtegoed van anderen. Heijne staat te boek als opiniemaker, een wat hachelijk begrip. Er staat nooit bij welke opinies hij maakt en bij wie. Ik kom nooit iemand tegen die beweert dat hij na het lezen van een artikel door Bas Heijne opeens in het bezit is geraakt van een opinie. Naar mijn smaak schommelt hij vaak wat te makkelijk van enerzijds naar anderzijds. Vermoedelijk dekt de term opiniegever de lading beter, een bescheiden maar eerzame discipline. Zijn laatste boek laat 17 verschillende denkers aan het woord die zich uitlaten over actuele kwesties. Hun expertise staat centraal en niet hun persoon. Heijne fungeert als interviewer. Er komt een veelheid aan onderwerpen aan bod vanuit een veelheid aan invalshoeken. Het eerste interview met de antropoloog Richard Wrangham probeert de aard van de mens te fixeren. Is de mens van nature een agressief en zelfzuchtig wezen die door maatschappij en autoriteit in toom gehouden wordt of is de mens een goedmoedig wezen dat door kwade krachten van buiten tot verschrikkingen in staat is? Filosofisch gezien gaat het om een dispuut tussen Jean-Jacques Rousseau en Thomas Hobbes. Wrangham neemt overigens een genuanceerd standpunt in.

    Wrangham maakt vergelijkingen met het dierenrijk. Het is opmerkelijk dat soorten die veel op elkaar lijken zeer kunnen verschillen qua agressiviteit. Bonobo’s zijn veel vriendelijker dan chimpansees, honden dan wolven. De constante factor is dat sommige soorten zichzelf gedomesticeerd hebben. Zo ook de mens, hoewel dat lang voor onmogelijk werd gehouden. Bij domesticeren zou een externe factor noodzakelijk zijn. Wrangham concludeert dat de doodstraf daar een rol in gespeeld heeft. De afschrikkende werking daarvan heeft de mens genoopt zich te beheersen en zich aan te passen. We zijn dus niet zo zeer goed van inborst als wel bang voor ongewenste consequenties. Tegelijk zullen er altijd controlemechanismen moeten zijn om de mens op het goede spoor te houden.
    De meeste gesprekspartners van Heijne vertegenwoordigen een wetenschappelijke achtergrond. Dat is interessant omdat juist de wetenschap tegenwoordig vaak in het beklaagdenbankje vertoeft. Wetenschap is ook maar een mening en als die mening je niet bevalt dan ruil je die in voor je eigen wetenschap. We betreden hier het speelveld van de wappies. Het meest direct komt de betrouwbaarheid van de wetenschap aan bod in het interview met Michael Blastland, wetenschapsjournalist. Hij huldigt het standpunt dat wetenschap alleen autoriteit verdient als zij open kaart speelt. Wetenschap dient bij het publiceren van resultaten eerlijk te zijn over wat (nog) niet bekend is. Je kunt niet meer claimen dan je data rechtvaardigen. In The hidden half wijst Blastland op de beperkingen die aan kennis verbonden is. De overschatting van wetenschappelijke kennis heeft te maken met bepaalde systeemkenmerken. Wetenschappers ervaren meer druk om te publiceren dan om de waarheid te vinden.
    Een heikel onderwerp van deze tijd is identiteit en identiteitspolitiek. De Franse sociologe Nathalie Heinich heeft een boek geschreven dat orde schept in de begripsverwarring die met het bespreken van identiteit gepaard lijkt te gaan. Identiteit is geen leugen of illusie maar bestaat wel degelijk. Tegelijk is identiteit voortdurend in beweging. Identiteit ligt niet voor eens en altijd vast.

    Identiteit bestaat uit drie elementen. Allereerst hoe je jezelf ziet. Ten tweede hoe je jezelf naar buiten presenteert en ten derde hoe je van buitenaf gezien wordt. Een identiteitscrisis ontstaat wanneer de discrepantie tussen die drie elementen te groot wordt


    In het werk van Bas Heijne treedt vaak een gemis op de voorgrond. Natuurlijk is hij een voorstander van de Verlichting, van de democratie en de rechtsstaat. Toch zorgen die verworvenheden niet automatisch tot een gelukkig levensgevoel. De dominante stroming van het neoliberalisme is de kweekvijver van veel ongenoegen. Heijne snakt naar meer verbondenheid, naar meer gemeenschapszin en minder nadruk op economie en rijkdom. Het werk van de Britse historicus David Wootton komt tegemoet aan de bedenkingen van Heijne. Toch bekruipt mij altijd een onrustig gevoel als Heijne zijn ongemak ventileert al was het maar omdat hij moeite heeft om de leegte invulling te geven. Je kunt er makkelijk een hang naar knusheid of religie in ontdekken, een receptuur dat wat mij betreft erger is dan de kwaal. In plaats van het zoeken naar een oplossing van het gemis, zou het gemis zelf onder het vergrootglas gelegd mogen worden. Politicoloog Runciman geeft een deel van het antwoord. Democratie en onvrede hoeren bij elkaar. Er is altijd een botsing van belangen en van denkbeelden. In een democratie kan de concurrentieslag daartussen plaatsvinden. In een autocratie wordt de oplossing van bovenaf gedicteerd.
    Het is jammer dat Heijne zijn gesprekken een op een gevoed heeft. Het zou in bepaalde gevallen een meerwaarde hebben gehad als de gesprekspartners met elkaar in dialoog zouden zijn gegaan. De waarde van deze bundel is dat er interessante opvattingen aangereikt worden waarbij de lezer naar eigen behoefte zijn tocht kan vervolgen naar het werk dat aangestipt wordt. De interviews zijn vooral een introductie. Mijn belangstelling is gewekt voor het werk van schrijver en documentairemaker Geraldine Schwarz. Zij heeft het over hoe je kunt leren van de geschiedenis. Zij belichtte de positie van haar grootouders die in de nazitijd Mitläufer waren. Geen monsters maar een zwijgende meerderheid op een verkeerd moment. Ik wil zeker De geheugenlozen lezen.
    middelr@xs4all.nl