Leesimpressies

  • Boris Johnson: De Churchill factor

  • Nr. 7 - 2015
  • Sir Winston Churchill is een halve eeuw dood. Jaarlijks verschijnen er circa honderd boeken over hem. Daar heb ik er geen enkele van gelezen. De recente biografie van Boris Johnson maakte nieuwsgierig. Weet iemand nu nog te boeien met een verhaal over iemand over wie alles al gezegd is? Churchill was voordat hij de politiek in ging journalist. Boris Johnson was voordat hij burgemeester van Londen werd, hoofdredacteur van The Spectator. Misschien was de verwantschap in loopbaan een bron van inspiratie. Johnson maakt in het dankwoord duidelijk dat hij door zijn uitgever benaderd werd om dit boek te schrijven. Zijn motivatie was te vinden in de ervaring dat jongere generaties weinig weten over wat in zijn ogen de grootste Brit aller tijden is. Niet voor niks luidt de tweede voornaam van John Lennon, geboren in het jaar dat Churhill zijn finest hour beleefde, Winston. Johnson zet zich volledig in om de lezer te overtuigen van de grootsheid van zijn onderwerp. Hij doet dat zonder de kritische noties over de loopbaan van Churhill onder het tapijt te vegen.

    De cruciale fase in de politieke carrière van Churhill is, reeds in het bezit van de AOW leeftijd, gelegen in 1940 als hij premier wordt en positie dient te bepalen tegenover Hitler en Duitsland. Net als in de recent in Nederland uitgebrachte dagboeken van George Orwell komt ook bij Johnson naar voren dat oorlog lang niet voor alle Britten de meest logische optie was. Hitler, weliswaar een vreemde snuiter, was een sterke leider die als geen ander in staat zou zijn om het oprukkende communisme een halt toe te roepen. Onder de knoet van het communisme verzeild raken was voor het Britse imperium een schrikbeeld. Bovendien was Duitsland in militair opzicht superieur aan het Verenigd Koninkrijk. Voor velen was een overeenkomst met Hitler aantrekkelijker dan het vooruitzicht van oorlog. Churchill bestreed met overtuiging de binnenlandse oppositie. Een vergelijk met Hitler zou slechts plaatsvinden onder de condities van de tegenpartij maar bovenal bezat Churhill al vroeg de overtuiging hoe verderfelijke het nazisme zich zou manifesteren. Hitler, of zoals Churchill hem graag noemde Herr Schickelgruber, deugde niet. Churchill had al zijn retorisch talent nodig om zijn land mee te krijgen in de richting die hij voorstond. Of zoals Johnson het uitdrukt aan Churchill is het te danken dat John Lennon niet werd opgezadeld met de voornaam Adolf.

    Tegenwoordig geloven we min of meer dat de Tweede Wereldoorlog gewonnen is met Russisch bloed en Amerikaans geld, en hoewel dat in bepaalde opzichten ook zo is, is het ook waar dat Hitler vrijwel zeker gewonnen zou hebben als Churchill er niet was geweest


    Johnson gaat nadrukkelijk op zoek naar het geheim van het succes bij Churchill. Hij bezoekt de plekken waar hij woonde of verbleef. Hij probeert zijn held tot leven te wekken door anekdotes aanschouwelijk te vertellen. Dat levert mooie voorbeelden op. Johnson verplaatst zich in de positie van de kandidate die solliciteert naar de functie van secretaresse. In haar zenuwen merkt ze dat er geen tijd is om kennis te maken. Churchill vraagt niet naar ervaringen of kwaliteiten. Hij begint gewoon met dicteren. Dat is trouwens iets dat hij graag vanuit bad deed.
    Het geheim van Churchill zit niet in de tegenslagen die hij wist te overwinnen. Hij had een vader die veeleisend was en hem te weinig aandacht schonk. Churchill was een klein mannetje dat bovendien in zijn jeugd stotterde. Hij doorliep geen universitaire opleiding. Hij was in zekere mate wereldvreemd. Nimmer zat hij in zijn leven in een bus en slechts eenmalig in de metro.
    Het succes valt evenmin te verklaren vanuit zijn positieve eigenschappen. Churchill beschikte over een tomeloze energie. Hij was een groot taalvirtuoos. Hij schreef meer dan Dickens en Shakespeare samen. Hij was gelukkig getrouwd met zijn Clementine. Wat overeind blijft is de overtuiging dat één persoon in de geschiedenis het verschil kan maken ongeacht de sterke of zwakke punten die hij van huis uit meebrengt.
    Naast zijn doorslaggevende rol in de oorlog staat op de positieve kant van de balans dat veel verworvenheden van de verzorgingsstaat op zijn conto zijn te schrijven. De keerzijde behandelt Johnson door een groot aantal situaties te analyseren die slecht uitpakten. Johnson beoordeelt die gevallen met een cijfer langs twee dimensies. Allereerst is er de fiascofactor. Dat zegt iets over de mate waarin een actie van Churchill tot een slechte uitwerking leidde. Dat is niet altijd precies vast te stellen omdat de uitkomst bij een andere beslissing altijd een bepaalde mate van onzekerheid kent. Naast de fiascofactor is er een Churhillfactor aan te wijzen. Deze zegt iets over de mate waarin een beslissing geheel of gedeeltelijk aan Churhill persoonlijk valt toe te rekenen. Tot zijn slechte beslissingen mag zeker gerekend worden dat hij heel lang een tegenstander is gebleven van de onafhankelijkheid voor India.
    Churchill is prominent in de herinnering gebleven door vele citaten. Johnson laat zien dat sommige beroemde citaten overigens niet van Churchill zijn. Wel heeft hij definitief het leven geschonken aan ingeburgerde begrippen. Hij introduceerde woorden als topconferentie, ijzeren gordijn en Midden-Oosten. Hij was bedreven in het toepassen van chiasma’s, in het op een onverwachte manier spelen met woordvolgorde. Het slotwoord is aan de meester. A pessimist sees the difficulty in every opportunity; an optimist sees the opportunity in every difficulty.

    Terug