Leesimpressies

  • Cesare Pavese: De maan en het vuur

  • Nr. 27 - 2024
  • Een man van een jaar of veertig keert terug naar het dorp waar hij opgroeide. Hij neemt zijn intrek in een hotel aan het dorpsplein. Het was tijdens Maria-Hemelvaart, een anoniem moment dat er nogal wat vreemdelingen in het dorp verblijven. Het is onzeker of hij ook op die plek geboren is. Hij werd achtergelaten op de trappen van de dom en in huis geplaatst bij Virginia en Padrino, allebei inmiddels lang overleden. Ze waren armoedzaaiers die een in de steek gelaten kind in hun gezin opnamen vanwege de toelage die het ziekenhuis daar tegenover stelde. Op school werd hij uitgescholden voor bastaard waarbij hij dacht dat het iets betekende als lafaard of zwerver. Het duurde een poos voordat hij bij toeval door kreeg geen broer te zijn van de andere kinderen. Toch kun je ook aan een dergelijke situatie trots ontlenen. Hij bracht tenminste geld op. Een tijd leefde hij in de veronderstelling dat het dorp de hele wereld was. Je hebt een dorp nodig al was het maar om er weg te kunnen gaan. Zijn vertrek als jongeman was geen vlucht maar een noodzakelijke stap om later terug te kunnen keren. Hij zou in Amerika fortuin maken, in een land waar iedereen een bastaard is. De geboortestreek heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten. Hij zoekt naar de dierbare plekken in het landschap. Het bosje hazelaars is verdwenen, vervangen door een stoppelveld met mais.

    Cesare Pavese weet in luttele zinnen een hartverscheurende melancholie op te wekken. De sobere verteltrant mikt permanent raak. Pavese ging gebukt onder zwaarmoedigheid. Zijn postuum gepubliceerde dagboeknotities, Leven als ambacht, getuigen van zijn worsteling. Een terugkerend thema vormt zijn problematische relatie met vrouwen. Soms extatisch en dan weer vol afkeer. Hij stelde hoge eisen aan de literatuur die hij schiep en aan zijn rol in het leven. Hij schipperde tussen de verworvenheden van de stad en de puurheid van het platteland. Hij was overtuigd tegenstander van het fascisme maar weigerde actief in het verzet te gaan. In 1950 maakte hij met behulp van een overdosis slaappillen een eind aan zijn leven. Hij liet enkele dichtbundels en tien romans na waarvan De maan en het vuur de laatste is. Amerika was in zekere zin zijn beloofd land, hoewel hij er nooit een voet zou zetten. Wel vertaalde hij vele topstukken van Amerikaanse schrijvers. In Leven als ambacht noteert Pavese: “alle hartstochten gaan voorbij en doven uit, behalve de oudste, die van de kinderjaren”.
    In de jeugd van de verteller, die zelf opmerkt als iemand hem met u aanspreekt ik ben Anguilla, fungeert Nuto als vriend en leidsman. Nuto is een paar jaar ouder en speelde vroeger in een band klarinet waarmee hij in de streek optrad. Dat leverde succes bij de vrouwen op. Nuto is wel in zijn geboortedorp gebleven. Hij trad als timmerman in de voetsporen van zijn vader. Hij is zelfs werkgever geworden. Timmerman bood meer zekerheid dan een bestaan als muzikant. De twee pakken de oude draad van hun vriendschap weer op. Nuto legt uit dat je om in de vallei te kunnen leven nooit moet weggaan. Met elkaar praten doe je niet zomaar maar om je een idee te vormen, om erachter te komen hoe de wereld in elkaar zit.

    Ik begreep dat Nuno echt gelijk had als hij zei dat het niet uitmaakt of je woont in een hut of in een herenhuis, dat bloed overal rood is, en dat iedereen rijk, verliefd, en gelukkig wil worden


    Op de achtergrond spelen de wreedheden van de oorlog een rol. Er waren Duitsers, fascisten, partizanen en communisten. Er is veel bloed gevloeid. De priester stond aan de kant van de gevestigde macht. Nuto bekent dat hij wel iets gedaan heeft maar te weinig. Er was altijd het gevaar dat een spion je huis in brand zou steken.
    Pavese voert in de roman enkele karakteristieke bijfiguren op. In de armoedige hut van zijn jeugd woont nu een weduwnaar met zijn manke zoon Cinto. De vader behandelt de zoon als een verschoppeling. Anguilla identificeert zich met deze jongen en samen met Nuto ontfermt hij zich over de ongelukkige Cinto na een dramatische gebeurtenis.
    Als de oorspronkelijke stiefvader zijn bedrijf niet draaiend kan houden, komt Anguilla terecht op de boerderij La Mora. Hij is daar knecht tegen kost en inwoning en staat onderaan de hiërarchie. In dit geslaagdere milieu maakt hij kennis met twee aantrekkelijke dochters des huizes. Ze waren niet voor hem bestemd want te mooi en rijk. De dochters komen tragisch aan hun eind. Voor Anguilla wordt duidelijk dat hij zijn geluk elders moet zoeken. De eerste stap is naar Genua. Een vriendin aldaar weet hem een plek te bezorgen op een boot naar Amerika zodat hij eindelijk vooruit kan komen in het leven. Hij wilde iemand zijn. Bij terugkeer is hij een ander mens met wie de plaatselijke notabelen contact op prijs stellen. Zelf wandelt hij liever met Nuto langs de vertrouwde plekken. Uiteindelijk is alles veranderd maar ook hetzelfde gebleven. Je moet je realiseren dat er voor iedereen een tijd komt dat alles voorbij is. Wat telt is de gedeelde herinnering, die herkenbare geur dat vleugje wijndroesem, dat briesje van de rivier de Belbo en vermout.
    Pavese heeft in deze roman de kern van het leven betrapt en illustreert dat met de oerkracht van de maan en het vreugdevuur rond de oogst.
    middelr@xs4all.nl

    Terug