Leesimpressies
Claudio Magris: Donau
- Nr. 28 - 2024
- De uit Triëst afkomstige schrijver Claudio Magris begint zijn reisverslag langs de Donau op een bankje in het Zwarte Woud. Daar bevindt zich de bron van de rivier. Als ondertitel kreeg het boek biografie van een rivier mee. Bij een biografisch werk met een mens in de hoofdrol is er een natuurlijke afbakening door geboorte en dood. Wat volgt in de beschrijving is de overbrugging van de tussentijd. Bij een rivier werkt dat anders. Het startpunt is de bron en het sluitstuk de monding waar de rivier opgaat in de zee of een meer. Duitsers draaien dat graag om en spreken over Das Meer en Der See. Biografisch gaat het nu om het overbruggen van afstand. Dat lijkt voor de hand te liggen maar de praktijk is weerbarstig. Twee stadjes met een onderlinge afstand van 35 kilometer betwisten elkaar de ware bron van de Donau te bevatten: Furtwangen en Donaueschingen. Het eindpunt biedt evenmin rotsvaste zekerheid. Aan het eind monden de verschillende vertakkingen in de Zwarte Zee uit ergens op de grens tussen Roemenië en Oekraïne. Dat van die Zwarte Zee mag op consensus rekenen. Dan is er onderweg nog een twistpuntje. In het schitterende Passau komen drie rivieren tezamen: Ilz, Inn en Donau. De Inn is breder en dieper dan de Donau en waarom heeft wat er doorstroomt dan de naam van laatstgenoemde gekregen? In de rivierkunde is doorslaggevend voor de naamgeving welke stroom de grootste hoek vormt met de verdere loop.
Het blauwe etiket van de rivier botst met de werkelijkheid en komt voor rekening van componist Strauss. Voor waar kunnen we aannemen dat de Donau een lengte kent van ruim 2800 kilometer en grenst aan tien landen. Dat is volgens de huidige indeling van het wereldtoneel. Magris publiceerde zijn boek in 1988. Slowakije en Moldavië waren toen geen onafhankelijke staten. Joegoslavië was nog niet uiteengevallen. De Donau stroomt langs vier hoofdsteden: Wenen, Bratislava, Boedapest en Belgrado. Ongeveer in dezelfde periode schreef de Hongaar Peter Esterhazy ook een verslag over dezelfde rivier: Stroomafwaarts langs de Donau.
Magris staat uitgebreid stil bij de geschiedenis binnen het stroomgebied. De auteur is kenner van Habsburgse Rijk en put uitgebreid uit die bron. Politieke conflicten en herinneringen aan cultuurdragers komen ruim aan bod. Vele volkeren passeren de revue en de wijze waarop deze zich vaak op onvrijwillige basis verplaatst hebben. Dan gaat het over Lippowanen, Koemanen, Walachijers, Tsjerkessen, Heidukken en zo meer.
De toon is bij Magris vaak melancholiek. De schrijfstijl is gedistingeerd en komt soms in de buurt van mooischrijverij. Hij lijkt een wereld op te roepen die meer verleden dan toekomst kent.Misschien is het afgelopen met Europa en is het een onbetekenende provincie in een geschiedenis waarover elders wordt beslist, in de regelkamers van andere rijken
Gelukkig zijn er genoeg montere plekken in het boek aanwezig. Dat is het geval als hij voor het geboortehuis van Franz Léhar staat. Deze wordt neergezet als de meester van een illusionisme in het kwadraat waar de nostalgie van de walsen van Strauss verwordt tot onbeschaamde vulgariteit. Het is het illusionisme van de operette waarin het leven wordt opgelost met de woorden ‘Ober, champagne!’.
Mij spraken de passages het meest aan waarin Magris gedachten ophaalt aan grote schrijvers. Het ene moment staat hij bij het huis waar Franz Kafka de laatste adem uitblies en het volgende moment stapt hij binnen in de woning waar Elias Canetti zijn jongste jaren doorbracht. Daar is het nu trouwens een rommeltje. Bij het huis van Martin Heidegger laat de huidige bewoonster hem niet binnen maar aan de in de donkere gang geworpen blik houdt Magris de indruk over dat je daar moeilijk een gelukkige jeugd kon doorbrengen. Of hij verbaast zich over de vierkante architectuur die de familie Wittgenstein voor de eigen woning ontworpen had. Hij haalt Konrad en Kundera aan die meermaals een pleidooi hebben gehouden voor een eigenstandig Mitteleuropa dat zich niet wil binden aan de machthebbers van oost en west. Dan is er het kasteel van Sigmaringen waar Louis Ferdinand Céline naar verbannen werd als reactie op zijn antisemitische gedragingen. Deze ervaringen zijn terug te lezen in Van het ene slot naar het andere.
Het betoog van Magris wakkert de wens aan om bepaalde plaatsen eens aan eigen waarneming bloot te stellen. Ik kreeg die nijging bij het Duitse Ulm, het Hongaarse Pecs en het Bulgaarse Roese. Toch valt er ook wel wat af te dingen op de aanpak van Magris. In zijn boek kondigen zich weinig signalen aan dat het gordijn tussen oost en west in Europa op knappen staat. Er is zo veel aandacht voor de cultuurdragers uit het verleden dat de antenne voor het heden grof is afgesteld. De overdaad aan grote namen draagt het gevaar in zich dat de lezer weinig te weten komt over gewone mensen. Hoe hebben zij het beleefd om hun leven te slijten aan de oever van deze grote rivier. Hoe is dat van invloed op wonen en werken? Zou alles hetzelfde zijn als een leven zich afspeelt in de nabijheid van het eerste de beste beekje.?
middelr@xs4all.nl
