Leesimpressies

  • Edgar Cairo: Kopzorg

  • Nr. 35 - 2024
  • Ooit verscheen het werk van Edgar Cairo bij uitgeverij In de Knipscheer. Nu is er een nieuwe druk van zijn bekendste roman dankzij uitgeverij Cossee. Cairo werd in Suriname geboren en overleed te Amsterdam in 2000 op slechts 52-jarige leeftijd. In het boek staat zijn vader Nelis centraal, die opgroeide in het district Para ver van Paramaribo. De zoon probeert het leven van zijn vader te reconstrueren dat voorafging aan zijn geboorte. Dat is geen eenvoudige opgave. Documenten zijn er nauwelijks en zwijgzaamheid is de gangbare manier waarop vader zich uitdrukte. Daarna komt de relatie tussen vader en zoon aan bod. De vader is dol op zijn zoon die andersom zijn vader op een voetstuk plaatst. Later zal de relatie tussen de twee bekoelen. Die overgang is ook een enigszins ongrijpbaar proces. Cairo schreef in de loop van de tijd drie verschillende versies van dit verhaal waarbij de omvang toenam en het taalgebruik meer vernederlandst werd. Die ontwikkeling liep parallel aan de persoonlijke ontwikkeling van Cairo die zich geleidelijk meer richtte op een Nederlands publiek. Behalve over de verhoudingen op het persoonlijk vlak komt de lezer veel te weten over de naweeën van de koloniale geschiedenis waarvoor op dit moment misschien wel meer belangstelling bestaat dan op het oorspronkelijke moment van publicatie.

    Het leven in de wildernis was zwaar voor Nelis. Hij verloor op jonge leeftijd zijn ouders. Nooit is opgehelderd hoe dat in zijn werk is gegaan. Hij belandde in een weeshuis waar hij voortdurend wegliep. Hij kreeg onderdak bij Tanta Slowi die hem het leven nog lastiger maakte. Het leven stond in het teken van een Kreools volksgeloof. Als je plotseling pijn in je knie kreeg dan was je door iemand behekst. Je mocht de naam van een overledene niet uitspreken want dan begon diens geest op een gevaarlijke manier te spoken. Europees Nederland verwende Suriname met het sturen van missionarissen en zendelingen. Het christendom kreeg voet aan de grond en moest de concurrentie aangaan met de medicijnmannen die winti praktiseerden. Magische krachten slapen nimmer. Nelis verlangde naar vrijheid en besloot zijn heil in de stad te beproeven. Daar zou hij op zoek gaan naar een baan en een vrouw. De Surinaamse vrouw beschikt over bijzondere verlokkingen.

    Het enige waarmee we meer dan rijkelijk gezegend zijn is: kontwerk! ’n Ware godsgave, zeg ik je: reuzenachterwerken, groot als bouwtorens, sappig ratelend, schuddend, o, als de ritmen van de drum!


    Het vinden van een baan is geen eenvoudige klus. De witte mensen zijn de baas en zonder diploma ben je weinig kansrijk. Nelis is een man van 12 ambachten en 13 ongelukken. Hij komt uiteindelijk in overheidsdienst tot een bezuinigingsoperatie daar een eind aan maakt. Nelis raakt verbitterd. Hij beschikte over een groot plichtsbesef en stoorde zich aan het gemak waarmee een jongere generatie het werk opnam. Ook in de liefde was het vallen en opstaan. Nelis trok in bij Selina nadat zij haar man, de vader van haar acht kinderen, het huis uit had gebonjourd. Nelis en Selina werden de ouders van Edgar. Paramaribo had de bewoners net zo min rijkdom, te bieden als in het Para district het geval was geweest. Moeder Selina kookte altijd een pan vol zodat er genoeg was om onverwachte bezoekers mee te laten eten. De familie bestaande uit twee ouders en negen kinderen moest het doen met een enkele woonkamer waarin men ’s nachts met zijn allen sliep. Tot ergernis van Nelis voorzag Selina de buren om hen heen van het eten dat overbleef. Armoede deelt blijkbaar makkelijker dan rijkdom. Op zijn vijftigste voelt Nelis zich oud en afgedankt.
    Van Edgar Cairo heb ik lang geleden een enkel boek gelezen. Hij bundelde in de jaren 80 twee werken met columns uit de Volkskrant. Ik las toen Als je hoofd is geboord. Cairo stopte welbewust vele Surinaamse uitdrukkingen in zijn werk. Hij vond dat de terminologie uit zijn moederland een plek verdiende in het ABN. Dat maakt zijn werk door een Europese bril moeilijk leesbaar. Daar heeft de lezer in Kopzorg geen last van. Weliswaar is de Surinaamse inbreng manifest maar dat doet geen afbreuk aan de leesbaarheid. Integendeel de roman ontleent daar een zekere sjeu en authenticiteit aan. Een woord als bijvoorbeeld aangewoekerwaartst valt precies op zijn plek. Cairo heeft zijn taalgebruik zelf wel omschreven als Cairojaans. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Sommige mensen behoorden tot het anticairojaanse kamp. De uitbundige formuleringskunst van Cairo laat zien dat taal een flink stuk kan meebewegen op basis van pragmatische overwegingen. De roman biedt een bijzondere leeservaring waarin de verbinding tussen Nederland en Suriname op duizenden kilometers afstand als een toevallige samenloop van omstandigheden naar voren komt. Iets wat is ontstaan uit koloniaal toeval heeft inmiddels een verbinding gekregen door een gedeelde geschiedenis, een gedeelde taal en een migratie van grote groepen mensen. Cairo gebruikt het woord neger in een neutrale beschrijvende betekenis zoals ook dominee Martin Luther King dat ooit deed. Inmiddels willen de moderne zendelingen en missionarissen het woord vanwege een negatieve connotatie graag in de ban doen. Blijf met je handen van Edgar Cairo af zou mijn motto zijn.
    middelr@xs4all.nl

    Terug