Leesimpressies

  • Edmund de Waal: De haas met de amberkleurige ogen

  • Nr. 41 - 2026
  • Edmund de Waal is een Londense pottenbakker en zoon van een in Amsterdam geboren vader. Hij heeft een boek geschreven over de joodse bankiersfamilie Ephrussi, ontstaan uit een agrarisch imperium te Odessa geworteld in de negentiende eeuw. Het boek is een cultuurgeschiedenis geworden die de hele twintigste eeuw omvat. Edmund de Waal is een telg van de familie Ephrussi. De verbindende schakel tussen de verschillende generaties bestaat uit 264 netsukes. Dat zijn kleine kunstobjecten met als oorspronkelijke functie die van gebruiksvoorwerp als gordelknoop aan een kimono. Ze kunnen van hout of van ivoor worden gemaakt en zijn altijd asymmetrisch. Wat de afbeeldingen betreft gelden er geen voorschriften al zijn beesten populair. Het kleine formaat nodigt uit tot aanraken. De netsukes komen goed tot hun recht in een vitrinekast. Ze zijn nu in het bezit van Edmund de Waal maar kennen een lange voorgeschiedenis. Het contact tussen de schrijver en de netsukes kwam tot stand in Tokyo. Met een beurs van een Japanse stichting bracht de schrijver een jaar in Tokio door en werd een vaste bezoeker van oudoom Iggie die daar woonde met zijn partner Jiro. Het was de plek waar toen de netsukes verbleven onder meer bestaande uit de haas met de amberkleurige ogen. Na het overlijden van de oudoom werd Edmund de Waal de voorlopig laatste erfgenaam.

    De Waal is zeer geroerd door de kunstvoorwerpen. Hij besluit de route die zij hebben afgelegd in kaart te brengen dat wil zeggen vanaf het moment dat zij onderdeel werden van de familie. Dat heeft een zeer consciëntieuze zoektocht tot gevolg die twee jaar in beslag neemt. De Waal beschrijft niet alleen het resultaat van zijn onderzoek maar ook wat dat doet met zijn gemoedsrust. Dat laatste geeft het boek een extra dimensie. Hij interviewt vele mensen, raadpleegt diverse bronnen en bezoekt relevante locaties. Zo ontdekt hij dat wat ooit een familiepaleis was nu dienst doet als hoofdkantoor van een verzekeringsbedrijf. In de loop van de geschiedenis zal het kolossale vermogen van de familie tot een einde komen niet door miscalculaties van het voorgeslacht maar dankzij de welbewuste inspanningen van het nazisme. Door een klein wonder zijn de netsukes voor de familie behouden gebleven dankzij een dienstmeid Anna die de familie vele jaren diende maar van wie nu de volledige naam niet meer is te traceren. De focus van het boek ligt op de hogere kringen.
    Het startpunt van de verzameling binnen de familie ligt bij Charles Ephrussi die in Odessa geboren werd in 1849 en stierf te Parijs in 1905. In Parijs leefde hij als kunstliefhebber een mondain leven. Samen met zijn maîtresse de oudere Louise Cahen d’Anvers, moeder van vier kinderen, ontwikkelen de twee gezamenlijk belangstelling voor Japanse kunst. De 264 netsukes zijn een bulkaankoop bij een kunsthandelaar.

    Charles is niet alleen vereeuwigd door Edmund de Waal maar komt ook voor in de vermaarde dagboeken van de gebroeders Goncourt. Bovendien is de figuur van Swann uit de roman van Marcel Proust in hoge mate op hem gebaseerd.
    Onder meer door oprukkend antisemitisme verhuist een tak van de familie naar Wenen. Van de drup in de regen. Ook daar wacht een paleisachtige woning op een hoek aan de Ringstrasse. Als Viktor, een neef van Charles, met de bijna twintig jaar jongere Emmy trouwt, ontvangt het stel de netsukes als huwelijkscadeau. Viktor is zeer verliefd op zijn mooie vrouw. Zij is ook verliefd alleen niet op Viktor. De nieuwe thuisbasis van de netsukes wordt het boudoir van Emmy. Daarmee neemt de zichtbaarheid van de kunstvoorwerpen voor anderen af waar tegenover staat dat Emmy zich zeker drie keer per dag verkleedt. Is het boudoir een keuze uit schaamte? Tot het politieke klimaat veranderde genoot de familie van het Weense leven cultureel en anderszins. Bij Sigmund Freud stond een netsuke in de vorm van een leeuw op het bureau. Als voorbeeld van het inleven en meeleven door Edmund de Waal leest hij alle zeventien romans van Joseph Roth. Zeer beklemmend in het boek zijn de passages die de Anschluss van Oostenrijk beschrijven. Het Habsburgse rijk bestond niet meer en de Oostenrijkse republiek begroette vooral juichend de nieuwe Duitse machthebbers. De vervolging van de joden nam steeds grimmiger vormen aan. Het paleis van de familie Ephrussi werd ontmanteld. Bezittingen van joden werden geconfisqueerd. Viktor doet gedwongen afstand. De naam van de bank Ephrussi en Co wordt geschrapt in het zakenregister. Huishoudelijke hulp Anna, als verlengstuk van Emmy in dienst getreden bij het echtpaar, is zelf niet joods en krijgt van de autoriteiten de opdracht mee te werken aan het leeg halen van de woning. Per keer stopt zij enkele netsukes in haar schortzak. Dankzij haar overleven de netsukes inbeslagname. Als Emmy komt te overlijden, met zelfmoord als officieuze verklaring, komt de verzameling in handen van haar oudste zoon Iggie. Ter vollediging van het beeld bezoekt de schrijver bakermat Odessa en raadpleegt aldaar enkele academici. Hij verneemt onder meer dat Gorki netsukes verzamelde. De 192 traptreden uit de film Pantserkruiser Potjomkin vormen het laatste station van de zoektocht. Terug in Londen neemt de schrijver een vitrinekast over van het Victoria en Albert Museum dat bezig is te moderniseren. De cirkel is rond.
    middelr@xs4all.nl

    Terug