Leesimpressies

  • Ernesto Sabato: De tunnel

  • Nr. 14 - 2026
  • “Het zal volstaan als ik zeg dat ik Juan Pablo Castel ben, de schilder die Maria Iribarne heeft vermoord; ik neem aan dat iedereen zich het proces nog herinnert en dat mijn persoon niet veel toelichting behoeft.” Een goed boek kan vele vragen beantwoorden maar de zojuist geciteerde openingszin centreert alle aandacht naar een enkelvoudige kwestie: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Sabato heeft 130 bladzijden nodig voor het antwoord. De schrijver werd in 1911 te Rojas geboren, een dorp in de nabijheid van Buenos Aires. Hij kwam twee maanden tekort om een eeuw oud te worden. Hij wordt met Borges en Cortazar gerekend tot de grote schrijvers van zijn land uit de vorige eeuw hoewel hij slechts drie romans op zijn naam heeft. Zijn cv vermeldt een loopbaan in de exacte wetenschappen en een grote politieke betrokkenheid. Zo was hij voorzitter van een onderzoekscommissie die materiaal verzamelde over de gruweldaden van de militaire junta. Zijn debuutroman verscheen in 1948. Hoe de schilder de hand kon slaan aan zijn geliefde wordt geleidelijk duidelijk waarbij inzichtelijkheid niet hetzelfde is als legitimiteit. First things first. Hoe leerde Juan Pablo en Maria elkaar kennen. Dat vormt een relevant gegeven omdat in de kennismaking reeds het zaad voor de ontknoping geplant werd.

    Het gebeurde op een expositie waar het werk van Juan Pablo getoond werd. Het betrof een detail op het schilderij Moederschap. In een hoek van dat schilderij is een venster te zien waarop een vrouw staat afgebeeld die vanaf het strand naar de zee kijkt. Juan Pablo merkt op dat een jonge vrouw, die hij nooit eerder gezien heeft, in volle concentratie juist naar dat detail staat te kijken. De schilder heeft met het tafereel een hunkering naar volslagen eenzaamheid op willen oproepen. De overige bezoekers ontging het belang van dit onderdeel maar die ene vrouw leek dit element te herkennen. De schilder wilde haar aanspreken maar geremd door zijn angst zag hij haar in de menigte verdwijnen. Maandenlang bleef zij in zijn gedachten met de hoop haar ooit terug te zien. Dan ziet hij haar lopen op het trottoir aan de overkant met een vastberaden tred. Daarmee is het contact nog niet tot stand gekomen. Juan Pablo raakt gemakkelijk van slag in onvoorziene omstandigheden. Hij is van huis uit verward en verlegen. In zijn hoofd roeren zich de hersenspinsels wat hem te doen staat en wat een geschikte openingszin zou kunnen zijn. Juan Pablo leeft een geïsoleerd bestaan met de nodige minachting naar zijn omgeving vooral naar de critici van zijn werk.

    In het algemeen gaat het gevoel dat ik alleen sta in de wereld hand in hand met een trots superioriteitsgevoel: ik kijk neer op de mensen, vind ze vies, lelijk, onbekwaam, hebberig, onbeschoft, kleinzielig; mijn eenzaamheid maakt me niet bang, ze is bijna Olympisch


    Na veel scenario’s in het eigen hoofd te hebben afgespeeld lukt het de schilder om met Maria in gesprek te raken. Zij biecht op dat het tafereel van het schilderij permanent in haar gedachten is. De twee herkennen bij elkaar hun zielsverwantschap. Zij zoeken elkaars gezelschap op in openbare ruimtes of in het atelier van de schilder. Er zijn momenten van geluk. Toch ontstaat er al gauw een spel van aantrekken en afstoten. Het initiatief tot contact komt gewoonlijk van Juan Pablo. Haar wereld zit anders in elkaar dan hij vermoed en gehoopt had. Bij een bezoek aan haar huis komt hij tot de ontdekking dat ze getrouwd is met een bijna blinde man. Daarnaast is er een neef van de echtgenoot, een architect en playboy die een buiten bewoont waar Maria graag vertoeft. Bij Juan Pablo steekt jaloezie de kop op. Hij onderwerpt haar aan zijn vragen vol wantrouwen. Houdt zij nog van haar man, gaat zij nog met hem naar bed? Wat zij ook naar voren brengt, niets lijkt in staat om Juan Pablo gerust te stellen. Maria begint hem te ontlopen wat de verhouding er niet beter op maakt. Als ze niet op een afspraak verschijnt en Juan Pablo ontdekt dat zij naar het buitenverblijf van de neef is, komt hij in actie met de in het begin van het boek aangekondigde fatale afloop. De dader zal zichzelf bij de politie aangeven.
    Ondertussen kan de toeschouwer zich afvragen of deze tragedie te voorkomen was en waarom de dader publiekelijk verslag uitbrengt. Juan Pablo vraagt zich af waarom hij niet bij anderen om raad heeft gevraagd. De razernij bleef zich in zijn hoofd maar verder opkroppen. Een corrigerende invloed ontbrak. Hier wreekt zich de eenzaamheid van zijn bestaan. Juan Pablo ontkent nadrukkelijk dat ijdelheid een rol speelt in het publiek maken van deze geschiedenis. Hij heeft zijn ervaring beschreven vanuit het motief dat er hopelijk iemand zal zijn die begrijpt waarom hij deed wat hij gedaan heeft. Hij geeft een verklaring vanuit de behoefte begrepen te worden. Hij realiseert zich dat er een wrang aspect aan die wens verbonden is. Hij heeft de enige die hem zou kunnen begrijpen immers zelf om het leven gebracht.
    middelr@xs4all.nl

    Terug