Leesimpressies

Han Voskuil: Bijna een man
- Nr. 44 - 2026
- Dit jaar verscheen het zevende en laatste deel van Voskuils dagboeken. Deze serie begint met “Bijna een man” dat de periode van 1939 tot en met 1955 beslaat. Het betreft de middelbare schooltijd en vooral de studietijd. Vervolgens zet hij de eerste stappen van zijn maatschappelijke loopbaan en dat voor een man die niks van een carrière moet hebben. Voskuil is getrouwd met Lousje die nog minder dan haar echtgenoot iets op heeft met de samenleving. Ondertussen schrijft hij er flink op los. Voor mij behoort “Het bureau”, ook al zeven delen, tot de hoogtepunten van de Nederlandse literatuur. Nooit eerder werd het leven op een kantoor zo genadeloos onder een vergrootglas gelegd. Zeker, werken is vaak een belangrijke vervulling van een leven. Je kunt voldoening vinden in een prestatie en genoegen beleven aan de samenwerking met anderen. De Sociaal Economische Raad bepleitte onlangs dat het goed zou zijn wanneer asielzoekers eerder de arbeidsmarkt betreden. Goed voor de integratie van nieuwkomers en goed voor Nederland. Werken heeft ook een keerzijde. Het kan een bron van frustraties zijn waarbij hoofdrolspelers littekens oplopen en velen de rand van het ravijn naderen dat eerst Ziektewet en daarna WIA heet. In “Het Bureau” van Voskuil vinden de opgekropte ergernissen plaats op een instituut waar men de degens kruist welke regionale verschillen ons land kent over wat men waar doet met de nageboorte van het paard. Ook kun je van alles te weten komen over het gebruik van de midwinterhoorn.
Veel van wat Voskuil schreef verscheen na zijn overlijden in 2008. Bij leven werd hij bekend vanwege een roman. Bij nader inzien verscheen voor het eerst in 1963. Daarin komen de onderlinge verhoudingen tussen een vriendengroep bestaande uit studenten in Amsterdam aan bod. Voskuil neemt daar ruim 1200 bladzijden de tijd voor. Wat betreft de inhoud is er veel overlap met het eerste deel van het dagboek. Welk genre Voskuil ook beoefent, hij is altijd lang van stof. Vergeleken met Het bureau en met Bij nader inzien is de constructie van de dagboeken minder doordacht en mogelijk niet voor publicatie bedoeld. Voskuil was zijn hele leven iemand die de noodzaak tot schrijven voelde. Naar eigen zeggen was een belangrijk motief zelfverheldering wat een typische term is voor Voskuil. Voor de liefhebbers van dit jargon kan gemeld worden dat het woord mieters tientallen keren in het dagboek opduikt. Mozart is heel mieters maar wel een charlatan. De titel van het eerste dagboekdeel verwijst naar een uitspraak van een docent op de middelbare school die de jeugdige Voskuil aanraadt wat rustiger te zijn in de klas want hij is immers bijna een man. Hoewel de inhoud dus minder geconstrueerd is in de dagboeken, blijft de persoon van Voskuil zeer herkenbaar. Misantropie kenmerkt zijn levenshouding.
De mens is een beest dat geen beest genoemd wordt omdat het zich hult in een mantel van schijn. Het verstand waarmee dit beest begiftigd is, is ondergeschikt aan zijn dierlijke instincten en niet omgekeerd, zoals het zelf graag gelooft
Het dagboek is sociologisch interessant omdat het laat zien wat mensen deden in een tijd dat ze niet 24/7 op een beeldscherm tuurden. Er waren intense contacten. Men ging op bezoek of ontving bezoek. “Bezoek aan Wim en Betty. Het was criant vervelend.” Discussies werden gevoerd op het scherpst van de snede. Het is problematiseren en polariseren. Frequent komt Frida Vogels ter sprake, die zelf bekendheid geniet via haar dagboeken en dit jaar op 96-jarige leeftijd in Italië overleed. Frida behoorde tot de intimi van Han en Lousje. “Sinds zondag logeert Frida hier. Ik ervaar haar vriendschap als een verfijnde vorm van vijandschap.”
De kritische blik van Voskuil is niet alleen gericht op anderen. Hij neemt zichzelf ook de maat. Op diverse plekken levert hijcommentaar op zijn schrijven in het dagboek. “Mijn dagboek irriteert me mateloos. Het is niet eens meer gelul te noemen omdat achter iedere kwalificatie van mijn eigen woorden toch altijd nog een zekere tevredenheid steekt.” Het blijft bij geleuter zonder dat hij echt de diepte in durft te gaan.
Voskuil heeft een leven lang af te rekenen met verwachtingen van huis uit door een beroemde vader die behoorde tot de kopstukken van de rode familie. Tegen vadertje Drees mocht Han oom zeggen. Voor mensen die opgroeiden onder het populisme: de rode familie was een idealistische stroming uit de vorige eeuw die streed voor een rechtvaardiger samenleving met eigen instituten als politieke partij, vakbond en mediakanalen.
Het dagboek is ook rijkelijk gevuld met beschrijvingen van uitstapjes. Er werd heel wat gewandeld en gefietst in Amsterdam en omgeving. Het zijn geen passages die de lezer naar het puntje van de stoel brengen. Dat is ook allerminst het geval met de weergave van vele dromen. Het dagboek eindigt als Voskuil de stap van student naar het werkzame leven zet. Zo is hij een poos werkzaam voor Sticusa, een overheidsinstelling gericht op culturele samenwerking met de (voormalige) overzeese gebiedsdelen. Schitterend beschrijft Voskuil over hoeveel schijven iedere onbeduidende handeling zich dient te voltrekken en hoeveel schriftelijke doorslagen daarvan gearchiveerd dienen te worden. Dat doet denken aan de beste passages van Het bureau. Dat effect is in deze uitgave echter te spaarzaam.
middelr@xs4all.nl
