Leesimpressies

Jamaica Kincaid: Negen bij twaalf
- Nr. 38 - 2026
- Het grootste deel van haar leven bracht Jamaica Kincaid door in de Verenigde Staten. Ze begon daar als au pair, waarover ze de roman “Lucy” zou schrijven Ze zou vele jaren verbonden zijn aan het tijdschrift The New Yorker. Ze kwam van ver. Ze werd in 1949 op het eiland Antigua geboren en groeide op in armoede. Amerika had meer toekomst te bieden. Ze zou haar geboortegrond niet vergeten. Ze wijdde er een werk van non fictie aan dat in 1988 verscheen onder de titel “A small place”. Het werd een in bijtend sarcasme geschreven afrekening. Het werk kan zeker een schotschrift genoemd worden. Wat het werk nog altijd leesbaar maakt is de oprechte verontwaardiging van waaruit het voortkwam. Het is bescheiden van omvang en kent een opbouw bestaande uit vier delen. In Nederland verscheen dit werk onder twee verschillende titels. Het is te raadplegen onder de naam ”Zo’n klein eiland” maar ook als “Negen bij twaalf”. De laatste benaming verwijst naar de afmetingen van het eiland. Dat is dezelfde truc die men in San Francisco toepaste op zoek naar een naam voor de plaatselijke football club: 49ers, zeven mijl bij zeven mijl. Jamaica Kincaid spreekt de lezer rechtstreeks aan. In het eerste deel richt zij zich tot de toerist. Deze bezoeker dient zich wel te vergewissen van wat zich bij vluchtige beschouwing allemaal aan de waarneming onttrekt.
Hopelijk heeft de toerist zelf wat boeken om te lezen bij zich want de ooit zo fraaie bibliotheek is onontkoombaar beschadigd door een aardbeving. Vele jaren prijkt er een bordje met als opschrift: herstelwerkzaamheden in voorbereiding. U landt op het vliegveld dat vernoemd is naar de premier. Dat is al opmerkelijk want waarom heeft de premier niet een school of een ziekenhuis gekozen om deze eer op te eisen. U zoekt een taxichauffeur op weg naar uw hotel. U verwacht een bescheiden tarief maar het bedrag wordt in dollars uitgedrukt. De taxi haalt halsbrekende toeren uit op hobbelige wegen. U geniet want u bent op vakantie. De auto heeft waarschijnlijk meer comfort te bieden dan de woning van de bestuurder. Nadat u in uw hotel gearriveerd bent, is het tijd voor een maaltijd in een restaurant. Een deel van wat er op uw bord ligt is aangevoerd vanuit Miami en een deel daar weer van is voordien uit Antigua geïmporteerd. Het eiland beschikt niet over een behoorlijke riolering en dat betekent dat het oppassen geblazen is bij het zwemmen in zee.
Het tweede deel handelt over de rol van de kolonisator. Tot 1984 was Antigua een onderdeel van het Britse rijk. Alles in het leven raakte Engels geïnfiltreerd. Zelfs de voertaal werd Engels. Jamaica Kincaid zat op een school die vernoemd was naar een Engelse prinses. De koninklijke hoogheid had zelf het bouwwerk ingehuldigd, een prijzenswaardige moeite.De prinses was verliefd geworden op een getrouwde man, en omdat een huwelijk met een gescheiden man uitgesloten was, werd ze om hem te vergeten naar de Westindische Gebiedsdelen gestuurd
Kincaid beschouwt de Britten als onbeschoft. “U kwam. U eigende zich dingen toe die niet van u waren zonder het, al was het maar voor de vorm, eerst te vragen.” Er zullen vast wel fatsoenlijke mensen onder de Britten geweest zijn maar die bleven helaas thuis.
Het derde deel plaatst de Antiguaanse overheid na de onafhankelijkheid in het middelpunt. Dat maakt de toon van het boek niet milder. De modus operandi van de regering is corruptie. Leden van de regering bezitten aandelen in een bedrijf dat Japanse auto’s importeert. Dus zal het niet lang meer duren voordat alle dienstauto’s waarin rondgereden wordt Japans zijn. Buitenlanders bijvoorbeeld uit Syrië en Libanon zetten grote betonnen flatgebouwen neer die vervolgens voor veel geld door de overheid gehuurd worden. Dat is populairder dan zelf als overheid investeren. Mensen uit de naaste omgeving van de premier exploiteren openlijk het grootste bordeel van Antigua. Kincaid vergelijkt de machthebbende familie op het eiland met de beruchte Papa en Baby Doc Duvalier van Haïti. Heeft een minister medische verzorging nodig dan pakt hij het eerste en beste vliegtuig naar Amerika. Kincaid maakt zich vrolijk dat Antigua een minister van cultuur heeft. Zij vraagt zich af waar ooit een cultuur tot ontwikkeling is gekomen onder de hoede van een minister.
Het laatste deel van het boek betreft de schoonheid van Antigua. Het is veruit het meest beknopte deel van het boek. Daarin komen de bewoners, erfgenamen van slaven, en wat zij hebben opgebouwd summier ter sprake. Kincaid bejubelt de natuur. Het eiland is schitterend gelegen met in het westen de Caribische zee en in het oosten de Atlantische oceaan. De lucht is hemels blauw en de kleurenpracht is adembenemend. Aan alles proef je dat het eiland waar ze geboren is een beter lot verdiend had. Kincaid is woedend maar spreekt recht uit haar hart. Enige overdrijving behoort tot de charme van het boek.
middelr@xs4all.nl
