Leesimpressies

  • Karen Jennings: Een eiland

  • Nr. 37 - 2026
  • De zomer loopt ten einde. Vaker dan ooit wees de thermometer tropische waarden aan. Hoe daar mee om te gaan? De overheid doet een handreiking. We kunnen hulp zoeken bij een hitteplan. Het is opvallend dat in de modernste versies een belangrijke aanbeveling ontbreekt: lees Afrikaanse schrijvers. Lezen stimuleert weliswaar hoofd en hart maar is verder een tamelijk rustgevende activiteit, zeer compatibel met hoge temperaturen. Afrikanen zijn ervaringsdeskundig als het om hitte gaat. Misschien is de betrekkelijk dunne roman van Karen Jennings uit Zuid-Afrika een geschikte raadgever. Enkele jaren terug verscheen haar roman op de longlist voor de Booker Prize zonder tot de shortlist door te dringen. Voor beide kwalificaties valt wat te zeggen. Jennings stelt Samuel aan de lezer voor, een man van zeventig die als vuurtorenwachter al 23 jaar de enige bewoner van een eiland is. Hij heeft de beschikking over een kleine woning naast de vuurtoren, onderhoudt een moestuin en zorgt voor een kleine verzameling kippen. Elke dag lijkt op de vorige tot er een vreemdeling aanspoelt. Het is een ogenschijnlijk levenloze man. Hij blijkt wel degelijk nog in leven te zijn. Samuel en de vreemdeling zijn gedwongen zich tot elkaar te verhouden. Aanvankelijk is er sprake van een noodsituatie maar hoe verder? Daarbij is niets vanzelfsprekend te meer daar de communicatie zich tussen de twee moeizaam voltrekt.

    Ongemak typeert de relatie tussen de twee mannen. Voor Samuel is de aangespoelde man aanleiding om zich cruciale momenten uit zijn leven op het vasteland te herinneren voordat hij een eenzame eilandbewoner werd. Hij was politiek actief in een niet met name genoemd land waarbij een tot dictator uitgegroeide generaal zijn bevolking onder de duim hield. Samuel kreeg via zijn vader een interesse voor politiek mee. Zijn vader bezocht bijeenkomsten met als doel het streven naar onafhankelijkheid. De kolonisator diende te verdwijnen. Toen het land een democratie werd leken de zaken zich voorspoedig te ontwikkelen. De hoog gestemde verwachtingen werden niet waargemaakt. Een generaal, die zich zou ontwikkelen tot dictator, voerde een schrikbewind uit. Hij vermoordde de minister-president. Samuel zou de dupe worden. Hij verdween voor 23 jaar in de gevangenis, een periode even lang als zijn ambtstermijn als vuurtorenwachter. Samuel bleek allerminst een held. In de gevangenis werd hij verklikker door uit de school te klappen tijdens verhoren over wat zich onder de gevangenen afspeelde. Dat maakte hem onkwetsbaar maar tegelijk een outcast. De medegevangenen durfde hem geen kwaad te doen maar niemand wilde iets met hem van doen hebben. De vrouw met wie hij een kind kreeg behandelde hem met minachting. Samuel had als zelfbeeld een slappeling te zijn. Na zijn periode in de gevangenis zocht hij onderdak bij zijn zuster. Ook dat was van korte duur. Zij hielp hem bij het verkrijgen van de baan als vuurtorenwachter. Het isolement vormde een passende levensstijl. De traumatische herinneringen komen bovendrijven naar aanleiding van de aangespoelde drenkeling. Hij voelt zijn einde nabij.

    Nu, op zijn zeventigste, met een vreemdeling op zijn eiland, en alles in het ongerede, kwam de aanbrandlucht hem halen. Om hem heen nam de geur toe, werd dik en verstikkend


    Het contact met het vasteland bestaat voor Samuel vooral uit het tweewekelijkse bezoek van de parlevinker. Deze zorgt voor de aanvoer van de noodzakelijke spullen. Hij gaat op uitnodiging een keer mee voor een bezoek aan het vasteland. Daar voelt hij zich als een kat in een vreemd pakhuis. Via de parlevinker verneemt hij dat een boot met vluchtelingen is gekapseisd. Er zijn vaker mensen op het eiland aangespoeld zonder dat iemand deze lichamen opeiste. Enkele dagen later spoelt er weer een lichaam aan, dit keer een vrouw bij wie de keel is doorgesneden. De vreemdeling maakte met zijn vinger langs de keel van Samuel een gebaar of hij een mes vasthield. Samuel verdenkt hem ervan de vrouw vermoord te hebben. Nu eens biedt Samuel de vreemdeling een helpende hand om hem het volgende ogenblik vol wantrouwen te bejegenen. Wil deze onbekende de macht over het eiland overnemen? Samuel overweegt het recht in eigen hand te nemen. Talloze malen verwijst de roman naar een mes dat zich op het aanrecht bevindt. De roman bestrijkt een tijdsverloop van slechts vier dagen.
    Karen Jennings introduceert de problematiek van migratie in de roman. Op het vasteland leefden migranten en de oorspronkelijke bevolking vreedzaam naast elkaar. Er was onderling contact en mensen sloten gemengde huwelijken. Toen het met de economie bergafwaarts ging kwam er een eind aan de verdraagzaamheid. De dictator gaf de schuld van wat er mis was aan de nieuwkomers. Dat is een populair frame. Ook Samuel ziet zonder bewijs in de vreemdeling een boosdoener. De vreemdeling is de zondebok. Dat is een universeel verschijnsel. Onder de zeven kippen van Samuel is een afwijkende roodharige hen die door de andere kippen vijandig tegemoet getreden wordt. De buitenstaander staat er alleen voor.
    Jennings heeft een vervreemdend en verontrustend boek geschreven. Helaas wordt het verhaal nogal eens ontsierd door stroef taalgebruik. Samuel steekt zijn hand in gekrakeel of er is sprake van een wittandige grimas. ”De vermoeidheid nam in hem toe als iets wat tot leven kwam.” Bij gebrek aan de originele Engelse versie valt voor mij niet uit te maken of het taalgebruik vooral de auteur of de vertaler valt aan te rekenen.
    middelr@xs4all.nl

    Terug