Leesimpressies

  • Karin Amatmoekrim: Grenzend aan liefde

  • Nr. 25 - 2026
  • Wat wist ik van Karin Amatmoekrim toen ik aan haar recente boek begon, een beschouwing over het geestelijke klimaat in Nederland? Ik las haar roman over Sandra een meisje met Surinaamse wortels dat vanuit een achterstandswijk toegang krijgt tot het gymnasium te midden van klasgenootjes uit de villawijken. Het is een aangrijpende roman die laat zien welke hindernissen op je pad komen. Het gaat trouwens niet alleen over doorzettingsvermogen maar ook over de steun die ze daarbij van anderen krijgt. Verder las ik haar bekroonde biografie van Anil Ramdas waarbij ze samenhang wist aan te brengen tussen zijn bovenmatige talent en zijn neiging tot zelfdestructie. Ik las soms haar columns in de NRC en constateerde dat die steeds strijdbaarder werden tot ze besloot daar mee te stoppen. Ongeveer in dezelfde periode trok Lamyae Aharouay een vergelijkbare conclusie als politiek verslaggever vanwege het ongure klimaat in Den Haag. Wat is er met NRC aan de hand dat men dit laat gebeuren? Wel een heksenjacht ontketenen op een burgemeester die op een parkeerplaats masturbeert, wel een platform bieden aan een wijsneus die net een fiasco als NSC politica op haar naam heeft gebracht. Het portret van twee bladzijden gewijd aan Lidewij de Vos was overdreven royaal. Lux et libertas is kennelijk geen garantie voor een moreel kompas.

    Amatmoekrim wil in Grenzend aan liefde meerdere punten maken. Ze is enkele keren opnieuw begonnen voor ze de juiste invalshoek te pakken had. Het idee van de Ander vormt een centrale kwestie. Ze betoogt dat het idee van de Ander een sociaal construct behelst dat maar gedeeltelijk wortelt in de realiteit. In Nederland heeft de Ander een negatieve bijklank gekregen. De Ander heeft steeds meer het karakter van een zondebok aangenomen. Reserves om je oordeel te matigen vallen weg in tijden dat het rechtsextremisme zoals op veel plekken in Europa de wind mee heeft. Schreeuwen en schelden toegestaan liefst in krom Nederlands op de sociale media. Het is in zekere zin een paradoxale beweging. De weerstand tegen de Ander neemt toe naarmate de Ander meer een vast onderdeel van de Nederlandse samenleving is geworden. Wegkijken kan niet meer. Amatmoekrim laat zien hoe in de loop van de geschiedenis het construct van de Ander geladen werd. Eerst was de Ander alleen een heiden verstoken van de christelijke beschaving. Daarna werd de Ander iemand van kleur. Slavernij is een verschijnsel dat dit mechanisme versterkte. Tenslotte werd de Ander ook van zijn menselijke aard beroofd. Tutsi’s werden beschouwd als kakkerlakken, joden als ongedierte. Overal waren menselijke dierentuinen te vinden waar bezoekers zich konden vermaken met een blik op dergelijke schepsels. Dat was zelfs in 1958 nog het geval tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel. Let op het bordje niet voederen. Er is een sterk contrast tussen het Westerse zelfbeeld en de feitelijke geschiedenis. De Indiase schrijver Amitav Gosh vatte dit bij het aanvaarden van de Erasmus prijs bondig samen.

    Het Westen heeft de wereld niet gewonnen door superioriteit van zijn ideeën , waarden of religie…maar door zijn superioriteit in het toepassen van georganiseerd geweld. Westerlingen vergeten dit vaak: niet westerlingen doen dat nooit


    Amatmoekrim heeft zeker het gelijk aan haar zijde met de beschreven geschiedenis maar zou niet moeten suggereren dat die geschiedenis exclusief voor het Westen is. Gandhi zei het al: westerse beschaving is helemaal geen gek idee. Het is onvermijdelijk dat ieder individu en iedere groep zichzelf als de maat der dingen neemt. Je kunt niet anders ook al zou je dat willen want je weet niet beter. Het inzicht dat mensen gelijkwaardig zijn, vormt niet het startpunt. Daar is opvoeding voor nodig en onderwijs. Ook kan iemand zelf tot dat inzicht komen door na te denken, te argumenteren en te lezen. Beschaving bevindt zich niet op een absoluut nulpunt maar is een verworven inzicht.
    Hoewel de huidige ontwikkeling zoals Amatmoekrim die schetst een sombere is, wil zij zich daar niet bij neerleggen. Ze geeft enkele aansprekende voorbeelden hoe zij zelf tot nieuwe inzichten is gekomen. Zij, dochter van een Javaanse moeder, was eens enkele weken met vakantie in Indonesië. Daar leek iedereen op haar en toch voelde zich er totaal niet thuis. Onder meer de taal was een barrière. Een ander leermoment was toen zij werkte aan een artikel over gender. Ze ontdekte dat er veel meer verschijningsvormen zijn dan zij voordien voor mogelijk had gehouden. Tegelijk was een inzicht dat ongeacht die verschillen we niet wezenlijk anders zijn dan de ander. De overeenkomsten zijn groter dan de verschillen.
    De Ander is nu vooral een bedreiging en een zondeboek. Het populisme bloeit. De publieke omroep is verworden tot zeven dagen in de week De Telegraaf en twee keer in de week op lunchtijd Volk en Vaderland. Hoe zit dat, Wouter? Wat vind jij Jort? Veel vloeit voort uit een angst voor verlies. De metafoor van de zondebok impliceert een versimpeling van de werkelijkheid. De asielzoeker neemt ons huis, onze baan en onze vrouw in beslag. Een dergelijke benadering impliceert een negatieve levenshouding. Verandering is een constante factor in het leven. Complexiteit past beter bij de werkelijkheid dan simplisme. Zou iedereen er niet goed aan doen om juist verandering en complexiteit te omarmen als een fact of life. Dat maakt mensen competenter om een passende plek in het leven te veroveren. De Ander heeft net als de autochtoon verlies ervaren. Daarom hoef je nog niet bij de pakken neer te zitten. Dat is een optimistisch slotbetoog. Dan moet er nog wel met een bedenking afgerekend worden. Eerder heeft zij beweerd dat sociale constructen sterker gevoed worden door gevoel dan door kennis. Kan een rationele benadering dan wel succes oogsten? Helaas horen we de boze burger nog niet scanderen: Karin Amatmoekrim, jij bent Nederland.
    middelr@xs4all.nl

    Terug