Leesimpressies

  • Margaret Laurence: De stenen engel

  • Nr. 18 - 2026
  • Het jaar 2026 is amper een kwartaal oud en voor de derde keer lees ik een roman waarin de hoofdrol is weggelegd voor een vrouw die de tachtig gepasseerd is. Word ik ongemerkt een nieuwe levensfase in gerommeld? Eerst was er Kjersti Anfinnsen, daarna kwam Anna Enquist en nu is er Margaret Laurence. De hoofdpersoon, Hagar Shipley, van de Canadese Margaret Laurence is zelfs negentig. De roman verscheen in 1964 en kreeg recent in Nederland een heruitgave. Het verhaal speelt in het fictieve plaatsje Manawaka onderdeel van de staat Manitoba. Dat gebied staat bekend als de prairie. Het verhaal speelt in een pioniersmilieu waarbij een taboe rust op zeuren. Mensen laten zich niet kennen en houden van aanpakken. De vader van Hagar is de eerste winkelier van het dorp. Hij is ambitieus en wil van zijn zaak een succes maken. Voor zijn overleden vrouw heeft hij op de top van de begraafplaats een beeld van wit marmer laten optrekken: de stenen engel. Hagar heeft twee oudere broers die haar niet ontzien. Vader biedt haar de gelegenheid om te gaan studeren in Toronto. Na twee jaar keert zij terug in het dorp en verzorgt zij de administratie voor het familiebedrijf. In de loop van haar leven hebben velen geprobeerd Hagar in het gareel te krijgen maar haar eigenzinnigheid stak daar altijd een stokje voor.

    De roman is geschreven vanuit het perspectief van Hagar. Zij geeft haar actuele situatie weer en kijkt terug op sleutelmomenten uit haar leven. Haar korte termijn geheugen hapert maar belangrijke momenten uit haar geschiedenis staan scherp op haar netvlies. Tegen de wil van haar vader trouwt zij met een oudere man. Deze man is grof gebekt maar zij voelt zich tot hem aangetrokken. Het echtpaar krijgt twee zonen, eerst de brave Marvis en daarna de ongepolijste John. Uiteraard is John haar lieveling. Door een ongeval naar aanleiding van een weddenschap komt John om het leven. Bram en Hagar zijn te verschillend om een gelukkig huwelijk in stand te houden. Samen met John vertrekt zij om als huishoudster te dienen bij een welgesteld man. De twee hebben niets meer en niets minder dan een zakelijke band. Als deze weldoener komt te overlijden laat hij haar een bedrag na waarmee ze een eigen huis kan kopen.

    We waren met elkaar getrouwd om die eigenschappen die we later niet bleken te kunnen verduren, hij met mij om mijn goede manieren en spraak en ik niet met hem omdat hij zich nergens iets van aantrok


    De kracht van de roman is gelegen in de persoonlijkheid van Hagar. Zij levert graag bijtend commentaar op de mensen in haar omgeving maar is bereid om op sommige momenten te erkennen dat ze te hardvochtig is. Ze is niet altijd blij met haar loslippigheid. Aan het begin van de roman woont Hagar samen met schoonzoon Marvis en schoondochter Doris. De twee, zelf zestigers, krijgen steeds meer moeite met het leveren van mantelzorg voor de 90-jarige. Ze proberen haar te bewegen om de stap richting verpleeghuis te zetten. Hagar wordt onder druk gezet. Een bezoekje ter kennismaking aan het nieuwe onderkomen leidt niet tot belangstelling. Er wordt een arts ingezet om de medische noodzaak te bepleiten en een dominee om haar gemoed te bewerken. Zij laat de geestelijke in een gesprek eens flink spartelen. Ze verdenkt Marvis en vooral zijn vrouw ervan om haar huis te verkopen en zo de opbrengst in eigen zak te steken. Ze vertikt het om afstand te doen van haar meubels en dierbare foto’s. Voor Hagar geen gesticht. Als opname onontkoombaar lijkt, neemt Hagar een ingrijpend besluit. Ze slaat per bus op de vlucht naar een bekend terrein, een voormalige visconservenfabriek. Slecht voorbereid komt ze op die verlaten plek zichzelf tegen. Bij toeval treft ze op die uitgestorven plek een man die zijn eigen reden heeft om zich daar terug te trekken. De twee wisselen elkaars levenservaringen uit. Voor het eerst laat Hagar emoties toe die ze gewoon was diep weg te stoppen. De onbekende man komt tot de conclusie dat ze daar niet kan blijven en spoort haar familieleden op. Verzwakt komt Hagar in een ziekenhuis terecht waar zij haar bemoeizucht voor zover dat nog lukt op medepatiënten kan loslaten. Opnieuw ervaart de lezer dat zij zowel een ruwe bolster als een blanke pit is.
    In Canada geldt De stenen engel als een klassieker in de literatuur. Op grond van de beschreven maatschappelijke omstandigheden en de persoonlijkheid van Hagar is dat zeker te rechtvaardigen. De schrijfstijl kon mij niet altijd boeien. Margaret Laurence is al te royaal in het toepassen van metaforen. Als Hagar de indrukken van haar toekomstige echtgenoot onder woorden brengt, geeft zij in een enkele alinea de volgende kwalificaties. In zijn lach hoorde zij de bazuin van een heel bataljon en het haar aan zijn kin was ruw als een distel maar wel uitgedost in een grijs pak zo zacht als de borstveren van een duif. Verderop noemt haar vader Bram zo lui als een troetelvarken. Die maatvoering is te overdadig.
    middelr@xs4all.nl

    Terug