Leesimpressies

  • Menno ter Braak

  • Nr. 13 - 2022
  • Een essay van Menno ter Braak uit 1937 is nu opnieuw uitgebracht. Hij bestempelt daarin het nationaalsocialisme als een rancuneleer. Aanleiding voor heruitgave is het virulente rechtspopulisme dat op veel plekken aan een opmars bezig is. Onder leiding van Baudet, Wilders, Van Haga en Eerdmans zitten er inmiddels vier extreemrechtse partijen in de Tweede Kamer, al kun je JA21 als een twijfelgeval omschrijven. Wat heeft Ter Braak ons nu te melden, waar komt de rancune vandaan en wat is er tegen te doen? Ter Braak was een felle opponent van het nazisme. Hij pleegde in 1940 kort na de inval van de Duitsers zelfmoord. Ter Braak en Du Perron waren voor de oorlog boegbeelden in de Nederlandse literatuur. Hun reputatie bleef lang overeind. Ik herinner me dat mijn docenten op de middelbare school vol bewondering over hen spraken. Voor mij was Ter Braak een representant van een andere generatie. Mijn helden, literair en anderszins, waren weliswaar ouder dan ik zelf maar jonger dan mijn ouders. Helden stammen uit een tussengeneratie. Zonder in vervoering te raken las ik gedeelten uit zijn werk. Van zijn roman “Dr. Dumay verliest”, een verkapte autobiografie, was ik niet onder de indruk. De personages wilden maar niet tot leven komen. Het waren gymnasiale ledenpoppen die woorden als bonjour en fuiven gebruikten.

    Desondanks was ik nieuwsgierig naar het betoog. De opvatting over het rancuneuze karakter van het nationaalsocialisme klinkt aannemelijk. De bevolking is vol wrok over de bestaande orde en dan vooral over de machthebbers. De elite bekommert zich slechts om zichzelf en heeft geen boodschap aan de wensen van de gewone man. De gewone man koestert unanieme opvattingen en deugt per definitie. Beide is natuurlijk onzin. Eigen aan een rancuneleer is de wrok om de wrok. Oplossingen zijn niet interessant. De haat blijft. We kennen in Nederland een groep fanatieke tegenstanders van het coronabeleid. Inmiddels zijn alle coronamaatregelen afgeschaft maar de tegenstanders blijven demonstreren.

    De kritiek van het ressentiment wordt gekenmerkt door het feit dat zij niet ernstig wil wat zij beweert te willen; zij kritiseert niet om het kwaad te verdelgen, maar bedient zich van het kwaad als voorwendsel tot scheldwoorden


    Een rancuneleer etaleert een groot wantrouwen jegens de elite. Nooit heb ik op Mark Rutte gestemd maar ik heb geen enkele moeite om aan te nemen dat hij het beste voor heeft met Nederland en de Nederlanders. Rechtspopulisten verdenken hem van kwade trouw die als marionet klakkeloos de orders uitvoert van gevaarlijke boosdoeners als Bill Gates, Klaus Schwab en George Soros. Nooit is er een kruimel bewijs aangedragen dat aantoont hoe en wanneer Rutte deze instructies in ontvangst neemt. Bekritiseer Rutte vanwege zijn resultaten en niet om zijn intenties. Rechtspopulisten dwepen graag met een sterke man. Trump is de beste president die de Verenigde Staten ooit had en Poetin is een prachtvent. Pijlers van democratie en rechtsstaat deugen niet. Populisten bekritiseren de vrije pers (fakenews), de onafhankelijke rechterlijke macht (politiek proces), de wetenschap (geloof de dansleraar en niet de viroloog)) en de kunsten (Hermann Göring: als ik het woord cultuur hoor, trek ik mijn revolver). Bij gebrek aan positieve idealen is er wel een grote behoefte aan zondebokken. Deze wisselen naar tijd en plaats. Nu eens joden dan weer moslims, vrouwen of zwarte mensen. Het is echter altijd constructiever om opvattingen te bestrijden dan van huis uit gegeven identiteiten.
    Bas Heijne heeft bij de heruitgave een inleiding geschreven. Er bestaan tussen het nationaalsocialisme en het rechtspopulisme zowel overeenkomsten als verschillen. In de ogen van Ter Braak is de rancune onlosmakelijk verbonden met het nationaalsocialisme al is die relatie niet exclusief. Andere stromingen omarmen het ressentiment ook. Het marxisme gedijt bij een wrok tegen de bourgeoisie.
    Als Ter Braak een verklaring zoekt voor de kiem van de rancune neemt hij wat mij betreft een vreemde afslag. Hij zoekt de wortel bij het verschijnsel democratie. Dat is een stelsel dat gebaseerd is op gelijkheid. In een democratie legt de theoretische gelijkheid het af tegen de weerbarstige praktijk. Iedereen heeft recht op alles maar de meesten bezitten weinig. Het is in mijn ogen dubieus om democratie volledig te identificeren met gelijkheid. Natuurlijk is gelijkheid van belang: one man one vote geldt zowel de gewone man als de elite.
    Ook vrijheid hoort bij democratie. Nu zijn vrijheid en gelijkheid op zich nastrevenswaardige idealen met als keerzijde dat je er te veel van kunt hebben. Voor rechtvaardigheid geldt dat niet. In het kader van rechtvaardigheid is een bepaalde mate van ongelijkheid acceptabel, denk aan de sluier van onwetendheid bij John Rawls. Overigens zijn er zeker argumenten te bedenken dat de ongelijkheid in Nederland nu onrechtvaardig groot is, denk aan de verschillen in de belastbaarheid van vermogens maar daarmee is de ontstaansgrond van het rechtspopulisme niet verklaard.
    Het is vergezocht om de bron van de rancune bij de democratie te leggen. Het is aannemelijker om die te zoeken in psychologische factoren en in de snelheid van maatschappelijke veranderingen zoals migratie of economische ontwikkelingen omhoog dan wel omlaag. Bestaansonzekerheid is een voedingsbodem. Mensen kunnen makkelijk het idee krijgen dat zij onevenredig de dupe zijn. Anderen worden voorgetrokken. Het gras bij de buurman is groener.
    Als je de verkeerde diagnose stelt zal je makkelijk bij de verkeerde therapie uitkomen. Ook op dat punt is de actualiteitswaarde van Ter Braak beperkt. Een erudiet man als Ter Braak heeft nogal eens de neiging om te verdwalen in zijn eigen intellectuele labyrint. Het is informatief om van zijn opvattingen kennis te nemen maar zijn receptuur is nauwelijks bruikbaar. Hij plaatst liever vraagtekens bij de democratie dan die onvoorwaardelijk te verdedigen. Democratie is verre van perfect. Er is reden om verontwaardigd te zijn over voort etterende dossiers als de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade. Het rechtspopulisme vormt geen alternatief. Colporteurs in onderbuikgevoelens mobiliseren de mensen die overbedeeld zijn met tegenslag. Rechtspopulisten hebben een benepen wereldbeeld. Nooit schijnt bij hen de zon in het water. Geen idealen, wel zondebokken. Zelfreflectie komt er niet voor (Wilders: ik biedt nooit excuses aan). Laat een functionerende democratie en rechtsstaat er voor zorgen dat een samenleving zo min mogelijk losers kent. Stop met overpromise en underdelivery. Dat neemt de wind uit de zeilen.
    middelr@xs4all.nl

    Terug