Leesimpressies

Patrick Bringley: Al het moois in de wereld
- Nr. 33 - 2026
- Kan kunst troost bieden als iemand in een rouwproces verkeert? Patrick Bringley schreef hier een boek over. Met beide facetten van de kwestie is hij vertrouwd. Zijn twee jaar oudere broer overleed als midden twintiger aan een vorm van kanker. Een leven lang bewonderde hij Tom, de man met een wiskundeknobbel. Patrick maakte het ziekteproces van nabij mee. Saillant detail is dat zijn eigen huwelijk met Tara gepland stond op de dag dat Tom begraven werd. Bringley was tien jaar lang suppoost in het Metropolitan Museum of Art en stond dagelijks oog in oog met de grootste schatten uit de kunstgeschiedenis. Hij combineerde beide ervaringen in wat zijn eerste boek zou worden. Op het moment van het familieverlies was Bringley net begonnen als medewerker van het prestigieuze tijdschrift The New Yorker. Hij organiseerde daar literaire evenementen. Dat hield onder meer in om de boomlange Stephen King uit de taxi te trekken en hem te begeleiden bij een optreden voor het blad. Patrick Bringley groeide op nabij Chicago. Moeder Bringley bracht de kinderen Tom, Patrick en zus Mia, de liefde voor kunst bij. Dat gebeurde in de vorm van museumbezoek. Moeder en Patrick brachten na Toms overlijden een bezoek aan familie in Philadelphia inclusief het Museum of Art. De auteur zag zijn moeder in tranen bij het werk uit de veertiende eeuw met een afbeelding van Christus en de maagd. Het zorgde voor een eureka moment.
Bringley realiseerde zich dat hij in die fase van zijn leven niet langer wilde deelnemen aan de ratrace bij The New Yorker ellebogend en hielenlikkend met ambitieus talent van de Amerikaanse elite-universiteiten. Hij wilde een leven dat ruimte liet voor schoonheid en troost. Hij solliciteerde bij het Met en werd aangenomen. “Mijn hart is vol, mijn hart breekt, en ik wil dolgraag een tijdje stilstaan.” De opdracht is simpel: blijven staan en de wacht houden. Het museum is opgericht in 1880 en in de loop der jaren talloze malen uitgebreid. Er werken 2000 mensen onder wie ruim 500 suppoosten. De collectie omvat meer dan twee miljoen objecten waar jaarlijks zeven miljoen bezoekers op af komen wat meer is dan de New Yorkse sportploegen gezamenlijk aan toeschouwers trekken. Yankees, Mets, Knicks, Jets en Giants kunnen alleen maar jaloers zijn. Bringley geniet met volle teugen van de schoonheid waartussen hij zijn dagen slijt. De oudheid, Grieken, Romeinen en Egyptenaren, hebben zijn voorkeur. Hij hoopt dat de roostermakers hem daar zullen indelen.
De eerste stap in elke ontmoeting met kunst is niets doen, alleen maar kijken, je oog en kans geven op te nemen wat er allemaal is. Je moet eigenlijk niet denken: dit is goed of: dit is slecht of: dit is een barok schilderij, dat x,y en z betekent
De kunstwerken waarover Bringley liefdevol spreekt zijn niet als reproductie in het boek opgenomen. Daar zal een commercieel oogmerk aan ten grondslag liggen. Wel is er een uitgebreide lijst met informatie over de besproken werken als bijlage opgenomen zodat de lezer desgewenst internet als geheugensteun kan gebruiken. Wel zijn er tekeningen in het boek te vinden die als surrogaat hadden mogen ontbreken.
Een aardig bijproduct van het boek is dat de lezer veel te weten komt over het Met als biotoop. Curatoren zijn veelal onzichtbaar. Dagelijks vinden er verplaatsingen plaats. Het is altijd weer een verrassing of een vrachtauto een geleend werk uit het Louvre komt afleveren dan wel hotdogbroodjes voor het kindermenu.
De suppoosten vormen een eigen biotoop. Velen van hen hebben een buitenlandse achtergrond. Er is kameraadschap maar tegelijk een pikorde. Let eens op de blauwe wolk op de witte muur. Dat is de zogenaamde suppoostenvlek die ontstaat doordat de werknemers met hun blauwe uniformen steun zoeken voor hun vermoeide voeten. Dat zijn de lichaamsdelen die op de proef gesteld worden. Het is zwaarder om dienst te doen op zalen met marmer dan op zalen met tapijten. Elke suppoost verslijt vele paar schoenen per jaar. Als Bringley in vaste dienst komt krijgt hij te horen dat zijn volgende salarisstrookje een jaarlijkse toelage van 80 dollar voor sokken zal bevatten. Ook ontwikkelen suppoosten een dieper inzicht in de typologie van het publiek. Zo zijn er verschillende soorten liefhebbers. De ervaring leert dat de Egyptische vleugel van het Met de grootste aantrekkingskracht uitoefent, op schoolkinderen en in tweed geklede professoren, op new age genezers en afrofuturistische striptekenaars.
Bringley heeft een sympathiek boek geschreven. Of kunst echt troost biedt blijft een open vraag. Zeker kan kunst heftige emoties oproepen en afleiden van verdriet. Genezen is nog een ander kunstje.
Na tien jaar wilde Bringley aan een nieuw hoofdstuk van zijn leven beginnen zonder dat zijn liefde voor het Met bekoeld raakte. Hij wilde wel iets met zijn voeten blijven doen maar meer zelf een eigen stempel op het werk drukken. Hij belt naar aanleiding van een sollicitatiegesprek, inmiddels vader van een zoon en een dochter, vrouw Tara met de volgende boodschap. “Raad eens wie stadswandelingen door Lower Manhattan gaat leiden?“
middelr@xs4all.nl
