Leesimpressies
Stendhal: Lamiël
- Nr. 32 - 2024
- Lang geleden vanwege een uitstapje als wielertoerist in de Alpen verbleef ik in Grenoble. Op zoek naar een bar-tabac of was het toch een boulangerie stond ik opeens in de nabijheid van het centrum voor het gemarkeerde geboortehuis van Henri Beyle, bekend onder het pseudoniem Stendhal. Dat toeval leidde tot het lezen van zijn belangrijkste werken. Ik las zijn roman over de ambitieuze Julien Sorel die bekneld raakt tussen rood en zwart, respectievelijk tussen leger en kerk. Daarna was zijn bekende boek over de liefde aan de beurt. Daar kon je inzicht aan ontlenen. Stendhal onderscheidt vier soorten liefdes: uit hartstocht, galante liefde, lichamelijke liefde en liefde uit ijdelheid. De liefde voltrekt zich in zeven stadia waarbij kristallisatie de opmerkelijkste is. Normaliter passen we in het leven onze verlangens aan de werkelijkheid aan. In de liefde werkt dat andersom. Als we bij een vrouw in algemene zin gecharmeerd zijn van intelligentie en humor, verdomd dan zullen we dat in een concrete situatie aantreffen. Liefde is bovenal projectie. En dan was er nog de autobiografie waar de hoofdpersoon niet de naam Beyle draagt, evenmin die van Stendhal maar Henry Brulard heet. Vervolgens verdween Stendhal bij mij uit zicht tot ik vorige week de autobiografie van André Gide las.
Voor Gide waren de memoires van Stendhal een inspiratiebron. Zij behandelen bepalende voorvallen uit de eerste kwart eeuw van hun leven en schreven hun herinneringen op zo rond hun 50e. Gide verloor op jonge leeftijd zijn vader, Stendhal zijn moeder. Daarmee verscheen Stendhal weer op mijn netvlies. Zijn postuum verschenen roman Lamiël stond ongeduldig in mijn bibliotheek op lezing te wachten.
Lamiël wordt vanuit een weeshuis geadopteerd door het kinderloze echtpaar Hautemare. Het verhaal speelt midden 19e eeuw in het Normandisch dorpje Carville. Hautemare bekleedt de functies van onder meer koster en onderwijzer. Het echtpaar beschikt over de middelen om een pleegkind te onderhouden wat op termijn een investering in hun oude dag garandeert. Het meisje is nieuwsgierig van aard en wordt naarmate de leeftijd vordert een knappe verschijning. Meneer Hautemare is een benepen type en zijn vrouw misschien nog wel in sterkere mate. Zij proberen Lamiël naar hun normen en waarden te kneden. Ze doceren over zonden en plichten. In het dorp is een belangrijke rol weggelegd voor de kasteelvrouw gravin De Miossens die na het overlijden van haar echtgenoot als hertogin door het leven gaat. Te midden van haar hofhouding probeert zij haar privileges te beschermen. De Franse revolutie is al even achter de rug maar het gevaar van het oprukkende volk is niet definitief geweken. Om de verveling te verdrijven neemt de kasteelvrouw na getroffen te zijn door een oogkwaal Lamiël als voorlezeres in dienst wat opnieuw resulteert in botsende opvattingen. Wat een combinatie een meisje uit het weeshuis en een dame van adel. Er komen in de roman veel figuren voor, vooral mannen, die hun stempel op het meisje proberen te drukken. Zij gaat onverstoord haar eigen gang. Het meisje lijdt zelf ook aan verveling, wat tot uitdrukking komt in lichamelijke klachten. Ze heeft vooral belangstelling voor wat de liefde inhoudt. Daar wil ze meer over weten. Velen willen haar wegwijs maken onder meer de jeugdige pastoor Clément.De lezer denkt misschien dat Lamiël op het punt staat verliefd te worden op de sympathieke abbé Clément, maar de hemel had haar een sterke ziel geschonken, spotziek en weinig ontvankelijk voor tedere gevoelens
Er zijn meer kandidaten die naar de gunsten van het meisje dingen. Zo is er de gebochelde arts Sansfin. Hij is een cynicus die het meisje leert dat de wereld niet meer is als een slechte komedie, waarin onbeholpen wordt geacteerd door lompe schurken en valse leugenaars. De arts probeert het meisje te veroveren maar verlegt zijn mikpunt later naar de hertogin. Daarnaast dient de zoon van de hertogin zich aan die evenmin succes weet te boeken. Het meisje trekt haar conclusies. “De liefde lijkt voor iedereen het opperste geluk te betekenen, terwijl het voor mij een oersaaie en als ik heel eerlijk ben een oervervelende aangelegenheid is.” Het dorp Carville heeft te weinig te bieden. Lamiël gaat reizen, het avontuur tegemoet. Ze gaat naar Rouen, Le Havre en Parijs. Het gedragspatroon blijft zich herhalen. In het informatieve nawoord door Jan Pieter van der Sterre staat te lezen dat Stendhal zijn hoofdpersoon mogelijk met onderdrukte lesbische gevoelens heeft getekend. Zij is gemodelleerd naar twee vrouwen die in het leven van Stendhal een prominente rol hebben gespeeld. Daarbij is het wel opmerkelijk dat Lamiël zich uiteindelijk toch aan een man geeft en nog wel aan een crimineel. In datzelfde nawoord wordt de verveling tot het centrale thema van het boek uitgeroepen. Ennui staat tegenover esprit zoals kwade krachten tegenover goede krachten. Stendhal kende de strijd tegen de verveling uit eigen ervaring.
De roman van Stendhal is onvoltooid gebleven. Hij schreef er tot kort voor zijn dood aan. Aan het eind van het verhaal volgt nog een schets hoe het verder zou kunnen gaan. Daar staan in vogelvlucht talloze nieuwe verwikkelingen genoteerd. Het onaffe karakter van het boek wreekt zich in bepaalde inconsistenties. De lezer krijgt een beeld van de politieke en sociale omstandigheden van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Stendhal is scheutig met rake typeringen al blijven de deelnemers aan het verhaal menigmaal steken in karikaturale eigenschappen.
middelr@xs4all.nl
